Vertel haar niets over het leven achter een gordijn. Ze heeft het tot haar dertigste gedaan. Woonde in een dorpje bij Leipzig toen in Berlijn de muur viel. „Ik zag het gebeuren op televisie. Maar iedereen die een beetje verstand had, wist dat het niet door kon blijven gaan.” Wat ze voelde?" Blijheid. Logisch. Maar er leefden ook veel vraagtekens. Hoe moest het verder? We betaalden bijvoorbeeld 35 Mark (circa 15 euro) huur. Dat dat zo niet zou blijven, lag voor de hand.”
De veranderingen kwamen snel. Kerstin Zenker (nu 52 jaar) verloor haar baan bij de buitenschoolse opvang. Bij de overheid was wel ander werk voor haar. Boetes uitdelen voor het dumpen van afval bijvoorbeeld. Of voor te hard rijden. Toch was dat niet de directe reden dat ze in 1996 naar Enschede verhuisde. Het was meer het avontuur dat trok en vorm kreeg toen haar man, die diergeneeskunde had gestudeerd, hier een baan kreeg.
Dat moet een cultuurschok zijn geweest. „ Ach, het was zeven jaar na de val van de muur, dus we waren wel iets gewend. En het klinkt misschien raar, maar er zijn ook nog wat overeenkomsten tussen Oost-Duitsland en Nederland. Zo hebben beide landen dat sociale. Dat netwerken. En niet zo met de ellebogen werken.” Vijftien jaar had ze nodig om hier officieel een held te worden.
Vorige week ontving ze van de provincie en Overijsselse jeugdzorginstellingen Jeugdzorg Award 2011, waaraan de titel ‘Held van de jeugdzorg’ is verbonden. Een term die haar wel wat ongemakkelijk doet voelen. „Ik doe gewoon mijn werk. Het een hobby noemen, is misschien wat overdreven. Maar het is wel mijn passie. Het is een genot om met deze doelgroep te mogen werken.”
Die doelgroep wordt gevormd door jonge vrouwen die op een heel andere manier achter een gordijn terecht zijn gekomen. Omdat ze op jonge leeftijd moeder zijn geworden. In de ogen van de goegemeente ‘dom zijn geweest’ en dus hun plek midden in de samenleving niet meer verdienen. „ Ja, zo wordt er nog steeds vaak naar ze gekeken”, weet Kerstin Zenker wel beter. „ Natuurlijk zijn ze vaak naďef geweest. Dachten ze misschien dat alles goed zou komen als de baby er maar een keer was. Dat ze dan vanzelf een uitkering zouden krijgen. Of dat ‘hij’ dan wel bij haar zou blijven”, vertelt de Enschedese. „ Als ze bij ons komen, hoeven we daar gelukkig niet meer met ze over te discussiëren.
We kijken vooruit, niet terug. Dat heeft ook helemaal geen zin. Ze weten zelf wel dat ze het anders hadden moeten doen. 99 procent was achteraf liever niet zwanger geworden.” Dat ze in Nederland in de jeugdzorg terecht kwam, was eigenlijk toeval en ook weer niet. Ze wou altijd weer werken met kinderen/jongeren, dat werk waarvoor zij in de voormalige DDR had gestudeerd en vele jaren deed (tot aan de val van de muur).
Het toeval was dat ze tijdens haar inburgering tot haar verbijstering een cursus solliciteren moest volgen en daardoor een advertentie voor Huize Alexandra tegen kwam, een gesloten jeugdinrichting voor meisjes in Almelo. Ze schreef haar ‘oefenbrief’ en werd tot haar verbazing nog aangenomen ook. De cultuurschok volgde alsnog. „Ik kreeg ineens te maken met drugs, misbruik en geweld. Dingen die ik in Oost-Duitsland nooit had gezien. Behalve dan op televisie.” Ze had een gelukje: „Mijn Nederlands was nog niet zo goed dat ik alle scheldwoorden kon verstaan.”
Na een aantal maanden had ze het daar wel gezien en stapte toen over naar Bijzonder Jeugdwerk Twente, tegenwoordig Jarabee. Daar raakte ze uiteindelijk in 2005 betrokken bij het project Jonge Moeders. Dat is erop gericht om, in opdracht van de gemeente Enschede, veertig jonge moeders per jaar (tot maximaal 25 jaar oud en in uitzonderingsgevallen tot 27 jaar) te helpen aan een toekomst. Omdat ze daar zelf, murw gebeukt door het leven, niet meer toe in staat zijn. „Misbruik, geweld, verkrachting, verwaarlozing, velen van hen hebben alles meegemaakt waar je een boek over kunt schrijven. Wat ik trouwens ook zeker nog een keer ga doen.”
De problemen hebben zich daardoor zo opgestapeld, dat de vrouwen er zonder hulp niet meer uit komen. Drie maanden de tijd krijgen ze bij het project om de vrouwen weer op eigen benen te zetten. In zes van de tien gevallen lukt dat heel goed. De overige vier worden via andere, meer gespecialiseerde zorginstellingen verder geholpen. Hoe ze dat huzarenstukje flikken? „Het belangrijkste is om zelfvertrouwen te kweken. Ze het gevoel te geven dat ze zich niet hoeven te schamen. We leren dat ze fouten mogen maken, dat ze er niet op worden afgerekend en dat de perfecte moeder niet bestaat. Ook dat ze best een keer mogen zeggen dat ze het kind wel achter het behang kunnen plakken.”
Daarnaast worden de vrouwen geholpen bij het oplossen van praktische problemen. Geldzaken worden afgehandeld, formulieren samen ingevuld, kinderopvang geregeld. Zodat er stapje bij stapje weer wat licht aan het einde van de tunnel verschijnt. „Maar we bemoederen ze niet. Als ze zelf kunnen bellen met een instantie, wijzen we ze waar de telefoon staat”, zegt Zenker. „We zeggen waar het op staat. Het is hun toekomst. Het is aan henzelf om die te pakken.” En dat willen ze. „Wat ze niet willen, is zielig gevonden worden. Ze willen zelfs vaak meer dan ze kunnen. Ze moeten alleen soms even de hand gereikt worden.”
Het project Jonge Moeders is ondergebracht bij het J-Punt van Jarabee aan de Hengelosestraat 155 en bedoeld voor vrouwen tot 25 jaar. Een ondergrens is er niet. Elke woensdag van 12.00 tot 15.00 uur is er een inloop
|