MEE Twente Lees voor met Readspeaker
lees voor
Normaal lettertypeGroter lettertypeNog groter lettertype
kleiner lettertype
Navigatie » Home » Nieuws » Archief » 2011 » November » Dwalen door een doolhof
Nieuws

Dwalen door een doolhof

14-11-2011

Krijgen kinderen te vaak en te snel een etiket als ADHD of Asperger opgeplakt? Staatssecretaris Veldhuijzen va Zanten vindt van wel. Verslaggever Joep Trommelen beschrijft zijn ervaringen met zoon Rik.

Het eerste etiket dat mijn zoon Rik (toen 5) ontving, was ADHD. In 2004, nadat een particulier psycho­logisch bureau ons had doorverwe­zen naar de kinderarts in het zie­kenhuis. Want alleen een echte arts mag een echte diagnose stel­len waar je de boer mee op kunt in het medische circuit.

ADHD was in die tijd een hype. „Heeft ’ie geen ADHD?”, vroegen allerlei mensen in onze omgeving als Rik weer eens als een witte tor­nado door de woonkamer raasde. En wat doe je dan? Je gaat eens naar de dokter, en die verwijst je door. We kwamen zo bij dat parti­culier bureau, vanwege de goede naam en het ontbreken van een wachtlijst.

Toen men daar ADHD vermoed­de, moest Rik alsnog naar het zie­kenhuis voor een ‘stempel’: offici­eel goedgekeurd door de kinder­arts. Ik zie Rik nog liggen, angst in zijn ogen, een badmuts op met elektroden die zijn hersenactiviteit maten. En ja hoor, het werd Ritalin. Drie pilletjes per dag om hem rustiger te maken. Het was het begin van een lange reis langs kinderartsen en schimmige bureautjes die pro­blemen signaleerden én tegen een flinke vergoeding op wilden los­sen (sociale vaardigheidstraining).

En we leerden al snel: zonder eti­ket geen hulp. Dat zijn twee kan­ten van dezelfde medaille. Het bureau met de goede naam stelde ook vast dat Rik hoogbe­gaafd was. En: hij zou ook weleens aan het syndroom van Asperger kunnen lijden, een vorm van autis­me. Weer twee stempels.

Een echte kinderpsychiater, daar zouden we beter af zijn dan bij de ‘gewone’ kinderarts, adviseerde een ander bureautje, dat van de so­ciale vaardigheidstraining. Ze wis­ten wel een goeie.Die man geloofde na een aantal ge­sprekken met Rik niets van het As­perger- verhaal, en richt al zijn pij­len nu al een paar jaar op ADHD.

Omdat de Concerta-pillen (die ver­vangen inmiddels Ritalin omdat ze gedurende de dag een gelijkma­tiger dosis afleveren) voor slaap­problemen zorgen, slikt Rik ook al jaren ‘inslapertjes’, melatonine. En hij slikt een tabletje om ontremd, agressief gedrag in te tomen.
En o ja, de kinderpsychiater stelde ook vast dat Rik aan pavor noctur­nus lijdt: een aan slaapwandelen verwante stoornis waarbij hij al sla­pend in paniek raakt. Hup, nog een pilletje. Eén geluk: het hielp!

Hij kwam bovendien in aanmer­king voor een ‘ rugzakje’. Met die subsidie zouden ze op school Rik nóg beter kunnen begeleiden door hulp van buiten en lesmateriaal in te kopen. Rik werd zo een ‘cluster 3’ kind. Cluster 3 is een pakketje criteria (etiketten!) waaraan een kind met een lichamelijke of verstandelijke beperking moet voldoen om in aanmerking te komen voor spe­ciaal onderwijs of een rugzakje. Rik past in dat pakketje.

De school en de ‘cluster 3’- begelei­der brachten het Asperger-verhaal terug op tafel; Riks gedrag zou toch écht wel veel trekjes van het syndroom van Asperger vertonen. Rik kreeg een vaste ambulante be­geleider, en een pedagoge om op school allerlei praktische dingen mee te oefenen.

Pillen én rugzakje konden echter niet voorkomen dat hij in groep 8 in de problemen kwam, ook al heeft hij er zeker baat bij. On­danks zijn ‘hoogbegaafdheid’ dreig­de een vmbo-advies. Er volgde een conflict met de school nadat Riks twee docenten pas na de kerst signaleerden dat het vmbo weleens het hoogst haal­bare zou kunnen zijn. We kregen te horen dat er ‘nog twintig ande­re kinderen’ in de klas zaten die óók aandacht vergden. De moder­ne docent moet inderdaad van ve­le markten thuis zijn, misschien wel veel te veel. Maar het leek wel alsof die twee Riks dossier niet eens kenden.

Rik is dit schooljaar in een vmbo/ havo-brugklas terechtgeko­men. Zelf vind ’ie het prima gaan, zijn ‘cluster 3’-begeleider en de zorgcoördinator van de school von­den dat aanvankelijk ook.
Maar docenten én leerlingen zou­den zich toch behoorlijk storen aan Riks drukke gedrag. De grote vraag: is hij in staat zich aan de nieuwe school aan te passen of moet hij wellicht toch naar het spe­ciaal onderwijs? Wordt vervolgd.
 
Je zou één factor bijna vergeten: Rik zelf! Hij houdt zich flink maar lijdt toch wel onder alle stigma’s die in de loop der jaren zijn gepas­seerd. Praat er niet graag over. Voelt zichzelf duidelijk ‘anders’.
„Vermoeiend”, vindt hij de einde­loze tocht langs artsen en hulpver­leners. Maar hij denkt dat ’ ie er toch wel baat bij heeft. „ Je mag het gerust opschrijven in de krant, Dan snappen mensen misschien beter waarom ik zo doe.”

Soms denk ik: we stoppen overal mee, onttrekken ons aan de kin­derlabel- industrie. Eens kijken wat er dan gebeurt. Of het voor Rik wat uitmaakt. Maar dat durf je als ouder toch niet zelf te beslissen. Je bent overgeleverd aan het oordeel van mensen die er voor doorge­leerd hebben.

De plannen van de staatssecretaris lijken mij veel te kort door de bocht. De ‘wildgroei’ aan etiketten bewijst immers niets. Haar stand­punt lijkt me vooral ingegeven door de wens te bezuinigen. En het sluit prima aan bij de tijdgeest om te twijfelen aan het oordeel van ‘deskundigen’.

Kinderen leven in een steeds inge­wikkeldere, drukkere en veeleisen­der wereld. Geen wonder dat niet ieder kind daar zonder schade op te lopen in mee kan draaien, denk ik dan. Misschien moeten we dus blij zijn dat er tegenwoordig veel meer aandacht voor de kinderziel is. Maar na al die jaren dwalen door het doolhof stel ik vast: ik weet het gewoon niet en zal er ook wel nooit achter komen.
Bron:"Dwalen door een doolhof" TC Tubantia 12/11/2011
Ga terug naar de vorige pagina
laatste wijziging: 14 november 2011

Ga naar: De Sociale Kaart
Ga naar: Vrije tijd, Recreatie & Sport
Ga naar: Vakanties
Ga naar: Bibliotheek
Ga naar: Ook jij! (let op: Opent in nieuw venster)