In Hengelo krijgen probleemgezinnen niet meer drie of vier hulpverleners van verschillende organisaties over de vloer, maar eentje: de gezinscoach. Vijf vrouwen ‘met ballen’ zijn inmiddels benoemd tot gezinscoach. Twee van hen stellen zich voor. „We praten mét gezinnen, niet óver gezinnen.”
Mirjam Brinkman (39) en Astrid Rietman (54) hebben zin in hun nieuwe baan. „Ik ben achttien jaar in dienst van Mediant en ik ben daar betrokken bij intensieve psychiatrische gezinsbehandeling”, zegt Mirjam Brinkman. „Mooi werk, maar het is een deel van wat gezinnen met problemen nodig hebben. Nu ben ik op meerdere fronten inzetbaar.”
Haar collega Astrid Rietman: „Ik deed hiervoor dertien jaar thuisbegeleiding voor Carint en hielp mensen in hun dagelijks functioneren. Als gezinscoach hou ik me met meer zaken bezig, ook met opvoeden, financiën en het leggen van contacten met andere instanties.”
Ze hebben er vertrouwen in. „We gaan iets nieuws doen. Het idee erachter is goed. We zullen verder veel met elkaar overleggen en kennis delen. Het zal best eens gebeuren dat de problematiek me over de schoenen loopt. Dan kan ik terug naar het team en het bespreekbaar maken. We leren van elkaar.Bovendien hebben we allebei ervaring, we zijn niet zomaar benoemd”, zeggen ze.
De vijf vrouwen van het eerste team gezinscoaches zijn geselecteerd uit medewerkers van verschillende zorgaanbieders. Daarbij gaat het niet alleen om Mediant en Carint, maar ook om Jarabee, Ambiq en MEE Twente. De gezinscoaches zijn aan de gemeente Hengelo ‘uitgeleend’. Over een jaar wordt bekeken wat hun resultaten zijn en of hun inzet blijvend van aard wordt.
De coaches houden zich bezig met gezinnen met meerdere problemen op het gebied van, bijvoorbeeld, financiën, opvoeding, relaties en huisvesting. Deze huishoudens hebben nu nog te maken met verschillende hulpverleners.
Ervaring leert dat daardoor de regie, het overzicht over de steun van diverse hulpinstellingen, ontbreekt. Door de inzet van gezinscoaches wil verantwoordelijk wethouder Janneke Oude Alink dit tegengaan. Eén gezin, één (hulpverlenings) plan is het uitgangspunt. De coach is het eerste aanspreekpunt en onderhoudt het contact met het gezin. Zij/ hij bepaalt samen met het gezin welke hulpverleners er verder bij betrokken worden.
Het is de bedoeling dat het gezin meedenkt over de beste oplossing en zelf – ook – voorstellen doet voor het verbeteren van de situatie. „We willen samenwerken met zo’n gezin. Als iets goed werkt, dan moet je dat niet onderuit halen. Stel dat een gezin goede ervaringen heeft met een andere hulpverlener. Dan zeggen wij niet dat die eruit moet”, legt Mirjam Brinkman uit.
Astrid Rietman: „Hulpverleners hebben de neiging te denken van: ‘Wij weten het altijd zo goed en voor uw hulpvraag hebben we dit in aanbieding’. Nu staat centraal: wat is nodig, welke hulp zet je in en wie vraag je om te helpen?Daar steek je op in. Wij praten met gezinnen, niet over gezinnen.”
Mirjam Brinkman: „ Onze ondersteuning is erop gericht dat ouders het heft in eigen handen houden of opnieuw nemen. Daarbij wordt ook gekeken of en hoe hun sociale netwerken (vrienden, kennissen – red.) erbij betrokken kunnen worden.”Wekelijks kunnen ze zes uur aan een gezin besteden. Er is geen limiet aan de duur van hun hulp. Iedere coach krijgt vier gezinnen onder haar hoede. Dat het eerste team uit louter vrouwen bestaat is toeval.Volgens wethouder Janneke Oude Alink zijn er in Hengelo ‘enkele honderden’ gezinnen die voor een coach in aanmerking komen.
|