Het is stil geworden rond het Electronisch Patientendossier (EPD). De landelijke invoering is op 5 april van dit jaar door de Eerste Kamer afgeschoten. Te ingewikkeld, te veel problemen. Maar daarmee is het niet verdwenen. Allesbehalve. In Twente wordt er nog gewoon gebruik van gemaakt, zij het op regionale schaal. Sterker nog, bijna alle huisartsen zijn er op aangesloten en nog steeds wordt er aan verbeteringen gesleuteld. Drie huisartsen die aan de wieg van het systeem hebben gestaan, doen een boekje open.
Het EPD werkt nog gewoon. Op de plek waar het allemaal begon, in de regio. In Twente gaan de huisartsen gewoon door met het EPD. Op het computersysteem - feitelijk een aantal programma’s - zijn vrijwel alle artsen aangesloten. Na de zomer komen er nog weer wat aanpassingen, dan is er een evaluatie. Tot nu toe werkt het echter goed. En uiteindelijk is het belang van de patiënt daarbij gebaat. Want, zoals huisarts Bert Sanders uit Glanerbrug zegt: „Als je de discussies hoort, zou je wel eens vergeten waar het nu allemaal om is begonnen. Het gaat om de patiënt. Zijn belang staat centraal.”
Al ver voor de overheid in 2008 besloot om landelijk een EPD in te voeren, werd in Twente voortvarend aan de weg getimmerd. De aanleiding vormde indirect de invoering van huisartsenposten. Sinds mei 2000 nemen die de avond-, nacht- en weekenddiensten over. De huisartsen draaien bij toerbeurt diensten. Met de invoering van de huisartsenposten ontstond echter een praktisch probleem, want hoe komen de artsen op de huisartsenpost aan de patiëntgegevens? De individuele arts had die in zijn praktijk netjes op kaarten staan. Maar hoe komt de huisartsenpost aan die informatie als iemand zich in het weekeinde bij de post meldt?
Speciaal daarvoor is het EPD bedacht. Artsen zorgen dat de gegevens van hun patiënten digitaal zijn opgeslagen volgens uniforme regels. Als iemand zich in het weekeinde bij de huisartsenpost meldt, dan kan, als dat nodig is, direct zijn dossier opgevraagd worden.
„We hebben eind 2004 de koppen bij elkaar gestoken om met de beschikbare techniek een oplossing te bedenken voor dit probleem, in 2005 zijn we van start gegaan.” Dat zegt huisarts Joris van Grafhorst uit Haaksbergen. Hij was er vanaf het begin bij. De kritiek was aanvankelijk dat de gegevens van patiënten niet goed zouden zijn afgeschermd. Onterecht, zegt Van Grafhorst. Niet iedereen kan op de huisartsenpost namelijk zomaar in dat dossier snuffelen. Bovendien krijgt de huisartsenpost niet het volledige dossier te zien van een patiënt, maar slechts een samenvatting van relevante gegevens.
Peter Kroeze, huisarts in Enschede en ook bij de ontwikkeling van het regionale EPD betrokken: „Op de post hoeven ze niet alles te zien. Dat is nergens voor nodig. Als arts wil je alleen hapklare brokken waar je wat aan hebt.”
Van Grafhorst: „Over wat er wel en niet aan informatie beschikbaar komt, zijn duidelijke afspraken gemaakt. Alleen de belangrijkste lichamelijk aandoeningen en medicaties staan vermeld. Bepaalde psychiatrische aandoeningen niet.”
Kroeze: „Vroeger was men bang dat elke tandartsassistente kon zien of je een geslachtsziekte hebt gehad. Dat is flauwekul. Nog los van het feit dat tandartsen helemaal niet op dit systeem zitten, zitten er heel veel waarborgen voor de privacy ingebouwd.” Kroeze noemt er een: „Op een huisartsenpost kom je als patiënt eerst bij de assistente. Die bepaalt de ernst van de klacht en of er een dokter aan te pas moet komen. Pas daarna komt de vraag of er inzage in het dossier nodig is. Voor het overgrote deel is dat niet het geval. Ik schat dat maar voor pakweg 20 procent van de mensen het EPD echt ingezien moet worden. Dat zijn vaak de oudere patiënten met meervoudige complexe ziektes. Voor een oorontsteking, een verstuikte enkel of een hoofdwond door een val, is dat echt niet nodig. Is het echter wel nodig, dan is er altijd nog een arts die toestemming moet geven om het dossier in te zien.”
„Trouwens, patiënten kunnen vragen om sommige zaken uit het dossier te laten”, vertelt Kroeze verder. „Dat is niet altijd verstandig, maar ik respecteer het wel. Dat geldt niet voor medicatie. Die staat er om veiligheidsredenen altijd in. Inderdaad kun je theoretisch aan de hand van medicatie bepaalde aandoeningen herleiden. Maar ook dat werkt niet altijd. Viagra wordt ook gebruikt voor een bepaald soort longaandoening, om maar wat te noemen.”
„Als je dus, ik zeg maar wat, in het medisch dossier van de burgemeester zou willen snuffelen, dan moet je als arts met assistent samenspannen”, legt Kroeze uit. „En dan nog komt het altijd uit. Want de eigen huisarts kan zien dat een collega het dossier heeft opgevraagd en zal zeker vragen hoe dat zit. Al helemaal als hij weet dat zijn patiënt niet bij de post is geweest. Dat kan dus gewoon niet. Je moet ook wel hartstikke gek zijn om dat te doen.”
De vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt is een soort veiligheidszegel die op het regionale EPD rust. Die relatie is een heel groot goed, zegt Kroeze. „De huisarts zal er alles aan doen om die relatie goed te houden. Daar hoort ook geheimhouding bij.” In Twente hebben patiënten een groot vertrouwen in de integriteit van hun geneesheren. Vergeleken met de landelijke situatie hebben maar weinig mensen hun medewerking aan het EPD geweigerd. Van Grafhorst: „Dat komt omdat we voor het EPD een uitgebreide campagne hebben gevoerd. Slechts een handjevol mensen wilde niet in het systeem.”
Kroeze: „Het grappige was dat veel mensen juist verbaasd waren dat we over het EPD begonnen. Ze dachten dat alle informatie allang in de computer stond. Die stond immers al jaren op het bureau. Ze wisten niet dat daar feitelijk niets in stond.”
Maar hoe zit het met de uitwisseling van patiëntgegevens tussen huisartsen en specialisten? Kunnen ziekenhuizen óók in het dossier van de huisarts? Kroeze: „Nee, met de tweede lijn, dus de ziekenhuizen, is geen uitwisseling. We krijgen wel de röntgenuitslagen en dergelijke electronisch binnen. En we weten wie opgenomen en ontslagen wordt. Maar dat is het. Ziekenhuizen hebben geen eigen EPD’s. Ze hebben wel een dossier, maar dat is meer een soort electronisch mapje waarin de brieven zitten. Ook met de Spoedeisende Hulp is er geen uitwisseling, al komt die er wellicht op termijn wel. Maar ook zij krijgen maar dan beperkt inzicht in het EPD.”
De vraag bij dit alles is of patiënten er op kunnen vertrouwen dat hun informatie in beperkte kring blijft. De kwestie is mede actueel omdat zorgverzekeraar Menzis in Oost-Groningen bezig is huisartsen over te nemen. Raken de belangen daarmee niet verstrengeld? Mogen ze meekijken in het dossier? Bijvoorbeeld om te zien of die dure medicijnen wel nodig zijn?
Van Grafhorst: „Vanaf het begin was het in de discussie over het EPD heel duidelijk: zorgaanbieders mogen erin, zorgverzekeraars nooit. Bedrijfsartsen komen er ook niet in, want die hebben te veel verschillende petten op. Op het moment dat bekend wordt dat er een bedrijfsarts in komt, dan trekken een kwartier later zevenduizend huisartsen de stekker eruit.
Dat risico wil men eenvoudigweg niet, dat zou onmiddellijk het einde van het EPD zijn.” Waaraan Peter Kroeze toevoegt: „We leven van de geheimhouding. Als die geschonden wordt, is het afgelopen.” Ondanks de stormachtige ontwikkeling en aanvankelijke kritiek op het EPD is er toch ook tevredenheid over de geboekte vooruitgang: de huisartsen Joris van Grafhorst, Bert Sanders en Peter Kroeze zijn te spreken over de vernieuwing. Sanders: „Wat we vaak vergeten, is dat de vorming van electronische dossiers nog maar een jaar of zes bestaat. Daarvoor had je in de waarneming helemaal niks. Je kon hooguit wat faxen als je dacht: dit moeten ze weten.”
Van Grafhorst: „Dat is inderdaad zo. Als ik zeven jaar geleden op vakantie ging, dan liep ik even langs mijn collega met een A4’tje. ‘Dit zijn de mensen waarvan je iets speciaals kan verwachten’, zei ik dan. Als je dat vergelijkt met hoe het nu gaat, dan hebben we toch een enorme kwaliteitsslag gemaakt. De patiënt kan nu sneller en beter worden geholpen. De kans op fouten is kleiner. Je kunt op sommige punten best wat vinden van het EPD, maar dat we vooruitgang hebben geboekt is onmiskenbaar. Het is jammer dat van bovenaf geprobeerd is een grootschalige invoering door te drukken. Dat had niet gemoeten. Het EPD heeft regionaal echter beslist goede kanten.” Door: Hans Brok
|