Saskia ter Schegget (56) uit Hengelo adviseert al jaren over de toegankelijkheid van gebouwen voor mensen met een beperking. „Vijftien jaar geleden mocht je blij zijn als je je zegje mocht doen. Nu word je om advies gevraagd.”
Een week geleden zijn Saskia ter Schegget en haar partner verhuisd van een huurhuis in de Hasseler Es naar een vrijstaande woning in Slangenbeek. Ze laat het bezoek trots haar grote werkkamer op de begane grond zien. „Vanwege mijn handicap ben ik aangewezen op ‘beneden’. Zo’n aparte hobbyruimte is handig en makkelijk, vooral als je veel administratie hebt en van knutselen houdt. Dit was precies is wat we zochten.”
Sinds vijftien jaar heeft Saskia ter Schegget een rolstoel. Ze is niet ‘rolstoelafhankelijk’, zoals dat wordt genoemd. „ Als ik naar buiten ga of lang moet zitten, dan maak ik er gebruik van. Ik heb ook een scootmobiel, een rollator en een elektrische driewielerfiets. Die fietst, ohhh, die is heerlijk, zo weinig kracht kost het.”
Ze wil niet uitweiden waarom ze een rolstoel nodig heeft. Het heeft iets te maken met haar rug, daarbij blijft het. „Ik praat liever over andere dingen, zaken die ik wel kan. Er zijn bovendien zoveel mensen met een beperking. Kijk eens in de wereld rond en je komt tot de conclusie dat dat van mij niks voorstelt. Vooral niet doordat ik mobiele hulpmiddelen heb waardoor je wereld groter wordt en je meer mogelijkheden krijgt. Maar ik weet nog dat het ik vreselijk vond, toen ik voor het eerst in een rolstoel moest. Dat was naar de Apenheul in Apeldoorn. Ik had het gevoel dat ik door iedereen werd aangegaapt. Het is een stap die je moet maken. Inmiddels weet ik dat ik mezelf en anderen zou beperken als ik niet van een rolstoel of een scootmobiel gebruik maak.”
Saskia ter Schegget wil er eerst een nachtje over slapen voordat ze instemt met dit interview. „Ik hou helemaal niet van publiciteit. Ik ben liever op de achtergrond, dingen regelen zonder dat iemand in de gaten heeft wat en hoe er wordt geregeld.” Dat de Hengelose instemt met het vraaggesprek komt, omdat zo de toegankelijkheid van – openbare – gebouwen ‘ weer op de kaart wordt gezet’. Dat is volgens haar belangrijk, omdat het daar nog aan schort.
„Toegankelijkheid is nog wel eens een ondergeschoven kindje. Als niet- gehandicapte ben je geneigd te denken dat dat goed is geregeld. Maar toen ik zelf in een rolstoel reed, kwam ik er al snel achter dat het niet zo is. Architecten en bouwers zijn graag bereid rekening met minder validen te houden, ze weten alleen nog niet hoe en waar zij tegen aan ‘lopen’.” Dan: „Het onderwerp ‘toegankelijkheid’ moet eigenlijk overal en binnen elke organisatie in het beleid zitten. Dan wordt het vanzelfsprekend dat er rekening mee wordt gehouden.
Dat scheelt bovendien in de kosten: je hoeft achteraf geen aanpassingen te doen. Maar organisaties zijn log. Het duurt lang, voordat ze er bewust van zijn. Het zou ook goed zijn als toegankelijkheid van gebouwen wettelijk wordt geregeld, zoals in de Verenigde Staten, Zweden en Australie. En waarom worden niet alle nieuwe huizen zo gebouwd dat ze geschikt zijn voor rolstoelers? Volgens mij vindt iedereen brede deuren en een huis zonder drempels prettig. Bovendien hoeven mensen dan niet te verhuizen naar een aangepaste woning als ze iets krijgen.”
Vanwege haar rolstoelervaringen besluit Saskia ter Schegget zich in te zetten voor mensen met een handicap. Zo is ze van 1999 tot 2001 voorzitter van de Stichting Gehandicaptenraad Hengelo. Ook is de Hengelose medeoprichter van de gemeentelijke Toegankelijkheidscommissie Berflo Es. Daarnaast is ze nauw betrokken bij het tot stand komen van het gemeentelijk toegankelijkheidsbeleid. Verder heeft ze de Stichting Integraal Toegangelijk Maatwerk opgericht.
Mede dankzij haar zijn er in Hengelo gebouwen toegankelijk gebouwd of aangepast. Daarbij gaat het onder andere om Metropool, de bibliotheek, het Rabotheater, museum ’t Heim, het stadskantoor, huizen van woningcorporaties, het ROC en verschillende wijkcentra. Saskia ter Schegget geeft ook gastcolleges, onder meer in het onderwijs. Ze is in Hengelo geboren en heeft een broer en een zus, Vader is technisch hoofdambtenaar bij bouw- en woningtoezicht van de gemeente en is ook actief als geestelijk raadsman bij het Humanistisch Verbond. Moeder runt het huishouden. „Ik heb een fijne jeugd gehad. We leerden thuis dat niet alles vanzelfsprekend is, dat je er soms voor moet knokken. We kregen ook mee dat je respect voor anderen moet tonen’. Ze woont samen en heeft een zoon, een dochter en een kleindochter. Na de ulo wil ze bouwkunde aan de mts doen.
Maar dochterlief in een mannenwereld, nee, dat vindt haar vader niks. Ze wordt apothekers-assistente, ‘een veilig meisjesberoep’. Vanwege haar (rug)beperking moet de Hengelose dat werk opgeven. Via een ‘omweg’ is ze dus alsnog in de bouw beland. „Mijn vader zou ervan opkijken.” Het Rabotheater is volgens haar een voorbeeld van hoe het mis ging met voorzieningen voor minder validen. ‘Dat gebouw was niet vooraf getoest op toegankelijkheid. Er was dan ook geen plek voor een rolstoel in de zaal en op het balkon. Ongelooflijk. Later hebben ze alsnog voorzieningen gemaakt.
Bij Metropool ging het wel heel mooi, daar waren wij vanaf het begin betrokken bij voorzieningen voor rolstoelers. Dat je er vanaf het begin bij bent, is van enorm belang. Want, elke wijziging in een bouwtekening kan betekenen dat de toegankelijkheid in gevaar komt. Het is als rijden op de snelweg: als je die samen opgaat kun je netjes achter elkaar rijden. Als iemand later moet tussenvoegen geeft dat irritatie. Wanneer wij bij het definitieve ontwerp voor een gebouw worden ingeschakeld, is dat te laat.”
Haar vrijwilligerswerk wordt gewaardeerd, want tijdens de lintjesregen op 29 april jl. krijgt ze in het stadhuis een lintje en wordt ze benoemd tot Lid in de Orde van Oranje- Nassau. „ Daar had ik nooit rekening mee gehouden. Er zijn zoveel mensen die meer doen dan ik. Dat lintje ervaar ik als een stukje waardering voor wat ik doe. Dat is leuk.” Ze voelt zich als adviseur serieus genomen door haar gesprekspartners: overheden, aannemers, woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars.
„Of je een serieuze gesprekspartner bent, ligt aan jezelf, hoe je je opstelt. Ik ben geen barricadetype, maar als ik ergens voor sta, knok ik er voor. En ik stel me niet afhankelijk op, praat gewoon mee.” In de loop der jaren is de toegankelijkheid van – openbare – gebouwen weliswaar verbeterd, maar de strijd is nog niet gestreden. „We houden de vinger aan de pols. Mijn grootste wens is dat toegankelijkheid vanzelfsprekend is, dan zit mijn levenswerk er op.” Door: Harry Gerritsma
|