Wat is eigenlijk een mentor? Waar vind je steeds een ander lokaal? En wat moet je doen als je voor brugsmurf wordt uitgemaakt en in de gangen opzij wordt gedrukt?
De middelbare school is voor kinderen superspannend. Voor leerlingen voor wie het té spannend is, zijn er sinds kort in Hengelo trainingen van ‘In je Sas’, een praktijk voor sociale vaardigheden. „ De vraag is of het nodig is dat ze het zo spannend vinden.
Wij praten er met ze over. Spelen ook situaties na”, zegt Esther Even van ‘In je Sas’. „ Stel, zeg ik dan, er komt nu een pestkop aan met een peuk op de lippen en die drukt je aan de kant. Wat zeg je dan?” Esther Even doet precies voor hoe het er soms in de gangen van de middelbare school aan toegaat. En geeft meteen tips hoe een leerling daarmee kan omgaan.
Het is de basis van ‘In je Sas’, een praktijk voor sociale vaardigheden die in februari is begonnen op een rustiek plekje aan de rand van Slangenbeek. Esther Even en Heleen Oude Lansink werken beiden in Almelo in het speciaal basisonderwijs en runnen de praktijk naast hun werk. Steeds vaker horen ze dat kinderen behoefte hebben aan een steuntje in de rug.
„We zien in iedere klas wel één kind dat niet goed in zijn of haar vel zit. Scholen hebben de wil om er iets aan te doen. Maar door bezuinigingen op passend onderwijs hebben de leerkrachten onvoldoende tijd om ze te helpen”, vertelt Esther Even. „Klassen worden voller en de rugzakjes verdwijnen grotendeels.”
‘ In je Sas’ springt in dat gat. Door bijvoorbeeld een schoolverlaterstraining aan te bieden aan groep acht. Maar ook door trainingen te geven aan groepen drie en vier ( van zes tot acht jaar), met Tim en Flapoor als hoofdpersonen. „Dat is best bijzonder”, vinden Heleen en Esther. „ Sociale vaardigheidstrainingen worden normaal gesproken pas vanaf groep vijf aangeboden.” Ook zijn er trainingen voor kinderen van negen tot en met dertien jaar. De lessen vinden plaats bij ‘ In je Sas’ aan de Bornsedijk, maar Esther en Heleen geven ook trainingen op basisscholen.
„Door een training in de klas of onder schooltijd wordt de drempel lager. Bovendien geven we ondersteuning aan leerkrachten, zodat ze de oefeningen met leerlingen in de klas kunnen uitvoeren.”
De kinderen die in kleine groepen training krijgen, zijn leerlingen die faalangstig zijn, moeite hebben om voor zichzelf op te komen, erg verlegen zijn, regelmatig conflicten hebben met andere kinderen, gepest worden of zelf pesten. Door gesprekjes, spelvormen of rollenspelen worden situaties nagebootst. „ Het zelf ervaren staat centraal.”
Esther en Heleen hopen dat de kinderen beter voor zichzelf opkomen, meer zelfvertrouwen ontwikkelen en meer vriendjes krijgen.
„ In onze praktijk zijn de groepen niet groter dan zes kinderen”, zegt Heleen Oude Lansink. „We hebben dan samen een verbond. Alles wat hier wordt besproken, blijft hier.”
www.sovainjesas.nl
foto
Wouter BorreSteeds vaker horen Heleen Oude Lansink (rechts) en Esther Even dat kinderen behoefte hebben aan een duwtje in de rug.
Bron:"Duwtje in de rug voor leerlingen" TC Tubantia 21/04/2011