Autisten voelen vaak niet aan wat gepast of ongepast is op zedelijk gebied
04-04-2011
Zedendelicten blijken soms veroorzaakt te worden door een autismestoornis. Om seksueel grensoverschrijdend gedrag bij autisme te voorkomen, moeten ouders en scholen meer aandacht besteden aan seksuele voorlichting aan deze groep. Dat zegt psycholoog Brigitta Kox, die bezig is met promotieonderzoek naar autisme in relatie tot seksualiteit.
Autisten voelen bijvoorbeeld niet aan wat gepast en ongepast is in een bepaalde situatie. Ze nemen alles letterlijk. Van een uitdrukking ‘de baard in de keel’ denken ze dat het pijnlijk is. Als iemand over een vrijend stel zegt dat ‘zij het doen’ weet een autist niet wat er met ‘het’ wordt bedoeld. Ook kunnen autisten dwangmatig geobsedeerd zijn door bepaalde details, zoals haren, voeten of lingerie. De neiging daaraan te voelen kunnen zij niet altijd onderdrukken, wat weer tot vervelende situaties en soms juridische stappen kan leiden.
Uit een aantal justitiële zaken die Kox bestudeerd heeft, bleek dat het verband tussen sommige zedendelicten en autisme niet was uit te sluiten. Zo was een autistische man met justitie in aanraking gekomen omdat hij vrouwen had betast. Hij bleek de overtuiging te hebben dat hij op deze wijze vriendschap kon sluiten. In een andere zaak had een jong volwassen man met de ontwikkelingsstoornis Asperger een meisje van veertien onzedelijk betast. Achteraf bleek hij het sociaal emotionele ontwikkelingsniveau te hebben van een veertienjarige. In zijn optiek was het dus logisch om een ‘leeftijdsgenoot’ uit te kiezen. „ Natuurlijk zijn deze daden te veroordelen, maar de schade voor zo’n jongen is vele malen groter wanneer hij in een justitieel circuit terechtkomt”, denkt Kox.
Opvallend is volgens haar dat autistische jongeren vaker identiteitsproblemen hebben. Omdat ze voelen dat ze anders dan anderen zijn, denken ze soms ten onrechte dat ze homo zijn of in een verkeerd lichaam geboren zijn. Vroeger werd vaak geen seksuele voorlichting gegeven aan autistische kinderen, om geen slapende honden wakker te maken, maar door voorlichting kunnen zij juist leren zich aangepast te gedragen. Die voorlichting moet volgens Kox heel duidelijk en concreet zijn. „Een jongen zag bijvoorbeeld een uitvergrote zaadcel in een boek staan, en werd daar bang van. Hij dacht dat hij die zo groot in zijn buik had.”
Bron: "Autisten voelen vaak niet aan wat gepast of ongepast is op zedelijk gebied " TC Tubantia 02-04-2011 | | | | |
|
laatste wijziging: 04 april 2011 |
|