MEE Twente Lees voor met Readspeaker
lees voor
Normaal lettertypeGroter lettertypeNog groter lettertype
kleiner lettertype
Navigatie » Home » Nieuws » Archief » 2011 » Februari » Angst voor sluiting speciale scholen
Nieuws

Angst voor sluiting speciale scholen

22-02-2011

- Twentse oudervereniging Balans vreest door de bezuinigin­gen van 300 miljoen euro op passend onderwijs sluiting van speciale scholen van Het Mozaďek in Enschede en Hengelo.
- Scholen in Twente en de Achterhoek verwachten ontslag van de helft van het aantal ambulante begeleiders.

De klappen als gevolg van de bezuinigingen op passend onderwijs vallen vooral bij de scholen voor leerlingen met ernsti­ge gedragsproblemen en of psy­chiatrische problemen, zoals autis­tische stoornissen en ADHD. Dat constateert voorzitter Dorien van Raaij van Balans in Twente. „Ik ben bang dat de scholen moeten sluiten en de leerlingen terug moe­ten naar de moederschool in Alme­lo als de plannen doorgaan. Dat is zeer ernstig. Deze leerlingen vra­gen veel extra begeleiding. Het is uitgesloten dat ze worden opgevan­gen op een gewone basisschool.”

De directie van Het Mozaďek was niet bereikbaar voor een reactie. Het Mozaďek is nu gevestigd op zes locaties in Almelo, Hengelo en En­schede. Balans zet zich in voor ouders en hun kinderen die van­wege hun ontwikkelingsstoornis­sen buiten de boot dreigen te val­len. Voorzitter Van Raaij vindt het plan van de onderwijsminister ‘een plan zonder visie’. „Maar dui­delijk is wel dat er wat moet gebeu­ren. Ook naar ons gevoel gaat er nu erg veel geld naar de ambulan­te begeleiding van leerlingen met een rugzakje. Het doel is deze leer­lingen op deze manier binnen het gewone basisonderwijs te houden.

Het komt voor dat een leerkracht te maken heeft met wel zeven ver­schillende ambulant begeleiders voor zeven verschillende leerlin­gen in de klas. Die begeleiders ge­ven aanwijzingen hoe om te gaan met deze leerlingen. Dat is geen doen voor de leerkracht.” Er is meer. De bezuinigingen hebben ook consequenties voor de onder­wijsgevenden. Herman Nijhuis van Attendiz, dat speciaal onder­wijs verzorgt in de regio voor 25 scholen in het basis- en voortgezet onderwijs, verwacht dat van de 110 ambulant begeleiders ongeveer de helft op straat komt. Ook elders in de regio wordt een kaalslag on­der ambulante hulpverlening voor­speld.


‘Als er geen budget is gaat het kind naar huis’
Een kind dat wellicht specia­le aandacht nodig heeft, moet zo lang mogelijk in het regulier onderwijs blij­ven. Op die manier is het toe­komstperspectief voor dat kind het best gewaarborgd. Speciaal on­derwijs levert immers ook een stig­ma op, vaak levenslang. De minis­ter van Onderwijs heeft de statis­tieken van de afgelopen jaren goed bekeken en stelt vast dat veel kin­deren als het ware worden ge­dumpt in het speciaal onderwijs.

„Die analyse van de minister klopt. De groeicijfers waren enorm”, zegt bestuurder Herman Nijhuis van Attendiz, een organisa­tie van 25 scholen in het speciaal basis- en voortgezet onderwijs in de regio.
„ Of het nu gaat om agressieve of autistische kinderen, de groei was er. Bij ons was sprake van meer dan een verdubbeling: van 685 leerlingen naar ruim 1400. De diag­nostiek is sterk verbeterd, dat ver­klaart een deel van de groei. We­reldwijd is die groei waarneem­baar. In Amerika wijten ze de groei aan middelen in de voeding.
Nederland is daar niet uniek in.”

Nijhuis: „ Speciaal onderwijs be­staat bij de gratie van de toegevoeg­de waarde die het zou moeten heb­ben voor het kind. Maar die toege­voegde waarde kwam in gevaar. Door die sterke groei hebben we flink wat mensen van de pabo kunnen aantrekken, maar dat zijn op het moment van aantreden nog geen ervaren docenten. Ik deel de analyse van de minister dat we te snel zijn geweest met doorverwijzen van leerlingen naar het speciaal onderwijs.”

„Wat mij echter tegenstaat, is dat de minister die groei in drie jaar tijd wil ombuigen. Dat is niet reëel. Er is meer tijd nodig, ook om docenten in het regulier onder­wijs beter te trainen om kinderen die in hun ontwikkeling achterblij­ven op te vangen.” Herman Nijhuis wijst op de gevol­gen: „Het gaat om kinderen voor wie geen geld meer is voor begelei­ding, die de rust in de klas versto­ren. Naar mijn waarneming zijn kinderen vanaf 2012 helemaal de dupe als een bezuiniging van 300 miljoen euro van kracht wordt.”

„ Als je een klas hebt met 24 leerlin­gen, wil je er dan nog een paar pro­bleemleerlingen bij hebben? Ik denk niet dat dat werkt. Naar mijn mening komen er kinderen thuis te zitten. Die vallen tussen wal en schip. Er is geen geld meer voor om ze te begeleiden. Die komen thuis te zitten.”

Er is toch leerplicht? „ Ja, maar nie­mand is tot het onmogelijke ge­houden. Als een kind bedreigend is voor een ander of vertragend werkt voor de klas, wat doe je dan? Ouders of docenten zullen dan maatregelen eisen om de ande­re kinderen te beschermen. Als er geen budget is, wordt zo’n kind naar huis gestuurd. Het veiligheids­aspect, ook voor de docent, mo­gen we niet uit het oog verliezen.”
Voor de helft van de ambulant be­geleiders is straks geen werk meer.
„We praten over gedwongen ont­slagen en moeten een sociaal plan maken.”

Door de bezuinigingen worden de klassen in het speciaal onderwijs groter. „Met minder personeel meer werk doen, er komen forse uitdagingen op ons af. Het tempo van
bezuinigingen is mij veel te snel.”
Een andere manier van financie­ren, via de samenwerkingsverban­den van de scholen, zal leiden tot ‘ pittige discussies’.

Nijhuis: „ Er zijn drie soorten ver­goedingen mogelijk voor begelei­ding. De bureaucratie wordt enorm uitgebreid. Wij krijgen veel vragen van personeel of kinderen met een zorgvraag straks nog wel voldoende bediend kunnen wor­den.”
Aan deze productie werkten mee:
Anne Velthausz, Hans Brok en
Gerard Smink
 
Attendiz 
Herman Nijhuis, bestuurder van Attendiz
Foto: Reinier van Willigen

‘ Plannen zijn ingeslagen als een bom’
„ De plannen zijn bij ons ingeslagen als een bom”, zegt Frank de Vries. Hij is voorzitter van het college van bestuur van de Stichting Spe­ciaal Onderwijs Twente en Oost- Gelderland ( So­tog). De instelling heeft vestigingen in Borculo (3), Doetinchem, Lochem, Almelo (2) en Hellen­doorn (2). Op de scholen krijgen 1100 leerlingen les. Niet-Sotog scholen meegerekend, krijgen in totaal 1400 leerlingen ambulante begeleiding.

Daarvoor heeft Sotog 70 begeleiders in dienst.
„ Als de plannen doorgaan dan raken we er daar­van meer dan de helft kwijt”, zegt De Vries. „ Een bizarre maatregel. Want aan de andere kant wil de overheid 130 miljoen steken in de bevordering van expertise bij docenten. Terwijl onze experts, de begeleiders, gewoon deWWin worden ge­duwd. Alsof dat geen geld kost. Onbegrijpelijk. Te­meer omdat het volkomen onduidelijk is of dat wel resultaat oplevert.”

De Vries ziet de plannen met lede ogen aan. Vori­ge week was hij in Nieuwegein om tegen de bezui­nigingen op speciaal onderwijs te protesteren. „Ik heb zwaar te doen met de kinderen en de ouders.
Als je kind goed kan leren en tweetalig gymna­sium wil volgen, dan kan dat onbeperkt in Neder­land. Maar als je kind wat extra aandacht nodig heeft, dan is daar opeens geen geld voor.”

Hij vreest dat veel kinderen tussen wal en schip vallen. „ Als een kind met gedragsproblemen niet meer op een basisschool te handhaven is en het kan niet naar het speciaal onderwijs omdat er geen geld is, hoe moet dat dan? Alsof je kind ge­opereerd moeten worden, maar het ziekenhuis zegt: ‘ Sorry het gaat niet door, het geld is op’.”

De Vries vraagt zich af of een afwijzing van kinde­ren juridisch wel te verdedigen is. Hij ziet ouders al op de nieuwe situatie anticiperen: „Ik ken ouders die zich nu voor juridische hulp aan het bijverzekeren zijn. Ze willen de plaatsing van hun kind in het speciaal onderwijs desnoods via de rechter afdwingen. „Laat de school of het samen­werkingsverband maar aantonen dat mijn kind zich in het reguliere onderwijs kan redden.

Ouders willen het beste voor hun kinderen, ze zul­len tot het gaatje gaan.” Dat er meer kinderen vermalen worden tussen speciaal en regulier onderwijs, ziet hij nu al. „ De laatste maanden zien we een extreme toeloop. Vo­rige week hebben we nog vier thuiszitters ge­plaatst. Dat zijn leerlingen die in het regulier on­derwijs zijn ontspoort en die niet meer terug mo­gen komen op school. Deze keer konden we ze nog wel plaatsen, maar wat als daar geen geld meer voor is?

Dan krijgen we weer veel voortijdi­ge schoolverlaters die gedwongen thuis moeten zitten. Terwijl we dat juist aan het terugdringen waren. De minister zegt nu: laat de basisscholen en het voortgezet onderwijs de ondersteuning maar van hun eigen budget inkopen. Een onmoge­lijk idee. Die scholen hebben de afgelopen jaren al flink moeten bezuinigen.”

Hij erkent dat er relatief veel leerlingen in het spe­ciaal onderwijs zitten. Maar hij kijkt daar anders tegenaan dan de minister. „De minister legt dat negatief uit, wij positief: we hebben passende plekken gecreëerd waar kinderen de meeste kans op succes hebben. Wij kijken naar de inhoud en de kinderen, niet naar de euro’s. De minister doet trouwens alsof het een luxe is om een kind naar het speciaal onderwijs te doen. Maar geen enkele ouder roept trots op een verjaardag: ‘Hoera, mijn kind mag naar het speciaal onderwijs’. Achter zo’n plaatsing zit veel ellende.”

Daarom zouden ouders volgens De Vries nog veel meer actie moeten voeren om de plannen tegen te houden. „We hebben onze stem al in Nieuwe­gein laten horen. Er zit echter nog maar weinig beweging in. Er gaan daarom hardere acties ko­men. Op zich zijn wij niet tegen het beperken van de instroom, maar wat nu gebeurt is onzalig.”

Ouders bezorgd om toekomst kinderen
De vijfjarige Aimée en zevenjarige Lu­cas Plas draaien lek­ker mee op basisschool De Bron in Enschede. Maar hun ouders houden hun hart vast voor de dreigende bezui­nigingen van onderwijsmi­nister Van Bijsterveldt. „De vraag is of ze het dan ook redden.”

Aimée heeft het syndroom van Down. Dankzij de steun van ambulant begeleider Gerrit Groothuis gaat het goed met haar in de kleuter­klas, vertelt haar moeder Jo­sine Plas. „ Aimée kan het goed aan. Ze gaat nu drie da­gen naar school. Halverwege de dag komt er een klassen­assistente. Zij helpt mijn dochter bij het maken van al­lerlei werkjes. De ambulant begeleider kijkt over de schouder van de leerkracht en de klassenassistente mee. Hij geeft tips en springt bij als het nodig is.

Zonder die begeleiding moet onze doch­ter naar het speciaal onder­wijs. Dat willen wij liever niet. Wij hebben er bewust voor gekozen om haar naar een gewone basisschool te la­ten gaan. Want ze is best pienter en kan dat wel aan. Bovendien is De Bron een christelijke school en wij vin­den het prettig dat zij wat van het geloof meekrijgt op school.”

Lucas, die in groep vier zit, heeft net als zijn zus een ‘rugzakje’. „Hij heeft het syn­droom van Asperger”, legt zijn moeder uit. Een ambu­lant begeleider laat de leer­kracht zien hoe hij Lucas het beste kan begeleiden.

„Het is een enorme meer­waarde. Met leren heeft Lu­cas geen probleem. Hij is ver­der dan de meeste klasgeno­ten, maar er wordt nu voor­al gewerkt aan zijn zelfver­trouwen en aan zijn moto­riek. De juffrouw kan dat al­lemaal niet alleen. Ze heeft 26 kinderen in de klas, van wie er drie een rugzakje heb­ben. Het is fijn voor haar dat er iemand naast haar staat die ervaring heeft met kinde­ren die een beperking heb­ben.”

Josine Plas ziet op tegen de gevolgen van de aangekon­digde bezuinigingen. „Toen onze zoon naar groep drie ging, hebben wij meteen een rugzakje voor hem aan­gevraagd. Nu zit hij in groep vier en heeft hij eindelijk de begeleiding die hij nodig heeft. Ik moet er niet aan denken dat deze begeleiding nu stopt.”

Minister wil groei afremmen
Het beleid voor scholieren met een handicap of stoornis heeft gefaald. Er zijn de afgelopen jaren te veel  kinderen  met een ‘label’ bijgekomen. Dat was de belangrijkste reden voor minister Marja van Bijsterveldt van onderwijs  om  het anders  te gaan doen. De Tweede Kamer is akkoord met de wijzigingen.

- Oplopende bezuinigingen van 300 miljoen euro op het speciaal onderwijs in drie jaar tijd
- Per 1 augustus 2012 komt er een regeling waarin schilen in regionale samenwerkingsverbanden zelf de budgetten verdelen
- In Twente zijn twee van de grote verbanden: in Hengelo-Enschede en in Almelo.
Deze verbanden krijgen elk een kamer voor primair en voortgezet onderwijs die de zorgmiddelen beheren.
- Het rugzakje verdwijnt per die datum. Nu wordt zo'n rugzakje individueel toegekend aan de ouders voor hun kind. Doel is een kind met ondersteuning binnen het regulier onderwijs te houden. De gelden gaan rechtstreekds naar de scholen. Er wordt gewerkt met standaardbedragen die voor iedereen gelijk zijn.
- Uit het rugzakje worden ook de ambulant begeleiders vanuit het speciaal onderwijs betaald die worden ingezet.
- Het speciaal onderwijs krijgt een basisfinanciering voor 70.000 scholieren. Dat is volgens het ministerie het huidige aantal leerlingen in het speciaal onderwijs. Financiering voor extra's en voor ieder extra kind moet komen uit budgetten die beheerd worden door de samenwerkingsverbanden.
- Per 1 januari 2012: honderd miljoen euro beschikbaar voor deskundigheidsbevordering van leerkrachten. Scholen krijgen zorgplicht.

Bron: 'Angst voor sluiting speciale schilen' TC Tubantia 22/02/2010
Ga terug naar de vorige pagina
laatste wijziging: 22 februari 2011

Ga naar: De Sociale Kaart
Ga naar: Vrije tijd, Recreatie & Sport
Ga naar: Vakanties
Ga naar: Bibliotheek
Ga naar: Ook jij! (let op: Opent in nieuw venster)