Het is de trend van de laatste twee jaar dat kwetsbare en ontheemde jongeren in Twente worden opgevangen. Jongeren die licht verstandelijk gehandicapt zijn of gedragsgestoord, die thuis niet te handhaven zijn. Of jongeren die in een ontwricht gezin leven en die per direct een veilige plek nodig hebben. Het rustieke en bosrijke Twente is, in de beeldvorming van de westerling, die veilige haven voor deze zogenoemde crisisopvang. Hoe veilig is veilig?
Ouders hebben er, als de nood zeer hoog is, veelal geen moeite mee om hun zoon of dochter vanuit het westen naar Twente te brengen. Dan zijn er ook nog de gezinsvoogden, die een taak hebben als een jongere onder toezicht is gesteld van jeugdzorg. Deze voogden, die overladen zijn met de zorg voor soms wel twintig kinderen, zien Twente als een regio waar men altijd terecht kan met kinderen. Op de achtergrond speelt uiteraard een nijpend tekort aan opvangcapaciteit, niet alleen in het westen, ook in het noorden van het land. Dus kinderen uit alle windrichtingen komen in Twente op adem.
Maar niet in de opvanglocaties van de reguliere Overijsselse jeugdzorginstellingen als Jarabee, Commujon of Trias. Het gaat om particuliere opvang. Daar zijn er zo’n vijfhonderd van in Nederland en wat dat betreft is de marktwerking goed op gang gekomen. Vooral ook in Twente is de particuliere opvang een groeiende sector. Maar de uitwassen werden afgelopen jaar ook steeds meer zichtbaar. Iedereen kan morgen, zonder kwa-lificaties, particuliere opvang beginnen.
En dat gebeurt ook. Het aantal stichtingen en bv’s dat de opvang van ontheemde kinderen als doelstelling heeft neemt hand over hand toe. Men huurt een leegstaand pand dat groot genoeg is om een flink aantal opvangplekken te maken. Daarna is het een kwestie van er voor zorgen dat instellingen als de Bureaus Jeugdzorg en gehandicaptenorganisatie MEE op de hoogte zijn van de mogelijkheid van crisisopvang. Binnen de kortste keren stromen de kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar binnen, en met de kinderen het persoonsgebonden budget (pgb).
Dat gebeurde ook bij jongerencrisisopvang Salida in Haaksbergen, dat in de hoogtijdagen tachtig tot negentig kinderen binnen had. Salida werd dankzij de pgb’s, die uit de algemene wet bijzondere ziektekosten worden betaald, een miljoenenbedrijf. Maar de zorg voor kinderen werd feitelijk bijzaak en de kinderen konden doen wat ze wilden, zo stelden groepsleiders in deze krant.
De Inspectie Jeugdzorg kwam daarna in actie: de medicatie was slecht geregeld, kinderen gingen niet naar school, er was geen intern veiligheidsprotocol. Uiteindelijk ging Salida failliet. De curator zoekt nu uit waar het zorggeld is gebleven. Ouders worden intussen geconfronteerd met terugvorderingen van de pgb. Formeel zijn zij budgethouder en de zorgkantoren leggen bij hen de claim neer, ook al was het Salida dat niet of niet voldoende zorg verleende.
Dat roept tegelijk de vraag op of ouders, die zelf de regie hebben om een zorgverlener te kiezen, wel voldoende deskundig zijn om te controleren of hun kind wel of niet de juiste zorg krijgt. De wetgever veronderstelt in dit systeem dat dit het geval is. Nog voordat Salida failliet was, werden de kinderen overgebracht naar andere particuliere locaties.
Ex-medewerkers, vaak zonder achtergrond in de zorg en afkomstig uit de bouw en de metaal, begonnen voor zichzelf. Ze hoeven niet aan kwaliteitseisen te voldoen, die wel aan de reguliere jeugdzorg worden gesteld, en kunnen sneller starten en goedkoper werken vanwege het ontbreken van procedures en eisen die de zorgvuldige omvang met kwetsbare jeugd moeten waarborgen.
Kinderen zijn nu dus opnieuw overgeleverd aan wat mogelijk is aan zorg binnen de particuliere opvang, bij gebrek aan reguliere en door de overheid gecontroleerde opvang. In die zin is er sprake van koehandel met kinderen, een koehandel die vrijwel ongemoeid wordt gelaten. De Inspectie Jeugdzorg controleert de particulieren niet of nauwelijks. Alleen als er verontrustende signalen zijn - en dan nog vaak pas als er vragen zijn gesteld vanuit de provinciale of landelijke politiek - komt de inspectie in actie, zoals bij Salida.
Jarabee denkt mee Jeugdzorginstelling Jarabee in Twente wil het debat aangaan over het ontwikkelen van professionele crisiszorg voor kinderen van buiten de regio. „ Op basis van de reguliere middelen die we van de provincie krijgen, zitten we vol”, zegt Gitta Griffioen van de Raad van Bestuur. „Maar als het om extra geld gaat in de vorm van het persoonsgebonden budget, kunnen we altijd wat regelen voor deze kinderen. Als we het aanbod zelf in huis hebben, kunnen we daar gebruik van maken. Is dat niet in huis, dan kunnen we aanbod voor deze groep ontwikkelen. Daar zouden we het met elkaar over kunnen hebben. Dan zou ik ook willen weten hoe breed de stroom jongeren van elders is die in Twente wordt opgevangen. Daar heb ik nu te weinig zicht op. Die vraag komt nu niet bij ons terecht.” De zorgaanbieders in Overijssel hebben geen dag- en nachtopvang voor jongeren die worden gefinancieerd met pgb’s. Griffioen: „We hebben wel een aantal jongeren met een pgb die we ambulant begeleiden. Het is een lastig vraagstuk.” Door: Gerard Smink
Bron: 'Koehandel om pgb's' TC Tubantia 18/02/2011 |