MEE Twente Lees voor met Readspeaker
lees voor
Normaal lettertypeGroter lettertypeNog groter lettertype
kleiner lettertype
Navigatie » Home » Nieuws » Archief » 2011 » Februari » Koehandel om pgb’s
Nieuws

Koehandel om pgb’s

21-02-2011

Het is de trend van de laat­ste twee jaar dat kwetsbare en ontheemde jongeren in Twente worden opgevan­gen. Jongeren die licht verstandelijk gehandi­capt zijn of gedragsge­stoord, die thuis niet te hand­haven zijn. Of jongeren die in een ontwricht gezin leven en die per direct een veilige plek nodig hebben. Het rustieke en bosrijke Twente is, in de beeld­vorming van de westerling, die veilige haven voor deze zogenoemde crisisopvang. Hoe veilig is veilig?

Ouders hebben er, als de nood zeer hoog is, veel­al geen moeite mee om hun zoon of doch­ter vanuit het westen naar Twente te brengen. Dan zijn er ook nog de gezinsvoogden, die een taak heb­ben als een jongere onder toezicht is gesteld van jeugdzorg. Deze voogden, die overladen zijn met de zorg voor soms wel twintig kin­deren, zien Twente als een regio waar men altijd terecht kan met kinderen. Op de achtergrond speelt uiteraard een nijpend tekort aan opvangca­paciteit, niet alleen in het westen, ook in het noorden van het land. Dus kinderen uit alle windrichtin­gen komen in Twente op adem.

Maar niet in de opvanglocaties van de reguliere Overijsselse jeugdzorg­instellingen als Jarabee, Commu­jon of Trias. Het gaat om particu­liere opvang. Daar zijn er zo’n vijf­honderd van in Nederland en wat dat betreft is de marktwerking goed op gang gekomen. Vooral ook in Twente is de particu­liere opvang een groeiende sector. Maar de uitwassen werden afgelo­pen jaar ook steeds meer zicht­baar. Iedereen kan morgen, zonder kwa-l­ificaties, particuliere opvang begin­nen.

En dat gebeurt ook. Het aan­tal stichtingen en bv’s dat de op­vang van ontheemde kinderen als doelstelling heeft neemt hand over hand toe. Men huurt een leeg­staand pand dat groot genoeg is om een flink aantal opvangplek­ken te maken. Daarna is het een kwestie van er voor zorgen dat in­stellingen als de Bureaus Jeugdzorg en gehandicaptenorganisatie MEE op de hoogte zijn van de mogelijk­heid van crisisopvang. Binnen de kortste keren stromen de kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar bin­nen, en met de kinderen het per­soonsgebonden budget (pgb).

Dat gebeurde ook bij jongerencri­sisopvang Salida in Haaksbergen, dat in de hoogtijdagen tachtig tot negentig kinderen binnen had. Sa­lida werd dankzij de pgb’s, die uit de algemene wet bijzondere ziekte­kosten worden betaald, een miljoe­nenbedrijf. Maar de zorg voor kin­deren werd feitelijk bijzaak en de kinderen konden doen wat ze wil­den, zo stelden groepsleiders in de­ze krant.

De Inspectie Jeugdzorg kwam daar­na in actie: de medicatie was slecht geregeld, kinderen gingen niet naar school, er was geen in­tern veiligheidsprotocol. Uiteinde­lijk ging Salida failliet. De curator zoekt nu uit waar het zorggeld is gebleven. Ouders worden intussen gecon­fronteerd met terugvorderingen van de pgb. Formeel zijn zij bud­gethouder en de zorgkantoren leg­gen bij hen de claim neer, ook al was het Salida dat niet of niet vol­doende zorg verleende.

Dat roept tegelijk de vraag op of ouders, die zelf de regie hebben om een zorg­verlener te kiezen, wel voldoende deskundig zijn om te controleren of hun kind wel of niet de juiste zorg krijgt. De wetgever veronder­stelt in dit systeem dat dit het ge­val is. Nog voordat Salida failliet was, werden de kinderen overgebracht naar andere particuliere locaties.

Ex-medewerkers, vaak zonder ach­tergrond in de zorg en afkomstig uit de bouw en de metaal, begon­nen voor zichzelf. Ze hoeven niet aan kwaliteitseisen te voldoen, die wel aan de reguliere jeugdzorg wor­den gesteld, en kunnen sneller star­ten en goedkoper werken vanwege het ontbreken van procedures en eisen die de zorgvuldige omvang met kwetsbare jeugd moeten waar­borgen.

Kinderen zijn nu dus opnieuw overgeleverd aan wat mogelijk is aan zorg binnen de particuliere op­vang, bij gebrek aan reguliere en door de overheid gecontroleerde opvang. In die zin is er sprake van koehandel met kinderen, een koe­handel die vrijwel ongemoeid wordt gelaten. De Inspectie Jeugd­zorg controleert de particulieren niet of nauwelijks. Alleen als er verontrustende signalen zijn - en dan nog vaak pas als er vragen zijn gesteld vanuit de provinciale of lan­delijke politiek - komt de inspectie in actie, zoals bij Salida.

Jarabee denkt mee
Jeugdzorginstelling Jarabee in Twente wil het debat aangaan over het ontwikkelen van pro­fessionele crisiszorg voor kinderen van buiten de regio. „ Op basis van de reguliere middelen die we van de provincie krijgen, zitten we vol”, zegt Gitta Griffioen van de Raad van Be­stuur. „Maar als het om extra geld gaat in de vorm van het persoonsgebonden budget, kun­nen we altijd wat regelen voor deze kinderen.
Als we het aanbod zelf in huis hebben, kunnen we daar gebruik van maken. Is dat niet in huis, dan kunnen we aanbod voor deze groep ont­wikkelen. Daar zouden we het met elkaar over kunnen hebben. Dan zou ik ook willen weten hoe breed de stroom jongeren van elders is die in Twente wordt opgevangen. Daar heb ik nu te weinig zicht op. Die vraag komt nu niet bij ons terecht.”
De zorgaanbieders in Overijssel hebben geen dag- en nachtopvang voor jongeren die wor­den gefinancieerd met pgb’s. Griffioen: „We hebben wel een aantal jongeren met een pgb die we ambulant begeleiden. Het is een lastig vraagstuk.”
Door: Gerard Smink

Bron: 'Koehandel om pgb's' TC Tubantia 18/02/2011
Ga terug naar de vorige pagina
laatste wijziging: 21 februari 2011

Ga naar: De Sociale Kaart
Ga naar: Vrije tijd, Recreatie & Sport
Ga naar: Vakanties
Ga naar: Bibliotheek
Ga naar: Ook jij! (let op: Opent in nieuw venster)