Diny Haafkes (56) staat aan het hoofd van de denkbeeldige familie Ambiq, gevormd door 850 medewerkers en de cliënten: vooral kinderen en jongeren, maar ook volwassenen.
Bijzondere mensen, want ze hebben een licht verstandelijke beperking. „ En meestal is er meer met ze aan de hand. We zien vaak een combinatie met gedragsproblemen”, zegt Haafkes. Bij de meeste Hengeloërs doet de naam Ambiq nog geen belletje rinkelen. Logisch, want de fusie tussen De Eik, Z.O.N. en het Drents orthopedagogisch centrum Dreei is nog vers. Onder de nieuwe naam groeit de oude De Eik uit tot één van de grotere instellingen van Hengelo.
Op het Gezondheidspark wordt een nieuw hoofdkantoor gebouwd, dat in de loop van dit jaar in gebruik wordt genomen. Maar hoe groot Ambiq ook zal worden, voor Haafkes blijven de kinderen en (jong)volwassenen altijd voorop staan. Diny Haafkes is een geboren en getogen Ambt-Deldense. Ze ontmoet haar man Hans Krijnsen en keert vanuit Zuid-Holland terug naar Twente en verhuist naar Hengelo, waar ze dertig jaar woont en waar hun vier kinderen worden geboren. Zelf is ze de oudste dochter uit een gezin met zeven kinderen.
„ Zorgen voor een ander en dienstbaar zijn was voor ons altijd al vanzelfsprekend”, zegt ze over haar jeugd. Als haar man zijn werk als beroepskeuzeadviseur kwijtraakt, gooit het gezin het stuur drastisch om. Hans zorgt grotendeels voor de kinderen, Diny wordt kostwinner en werkt fulltime in de jeugdzorg. Ze is groepsleidster, vormingsleidster en belandt in het ‘middenkader’ van De Eik, waarna ze in 1994 directeur en later bestuurder wordt. „Het was niet zo’n heel moeilijke keuze. Ik ben fanatiek in mijn werk. En ik kan goed werken als ik weet dat het thuis goed geregeld is. Bovendien is Hans een geboren opvoeder.”
Grootste voordeel is dat Diny Haafkes precies weet wat het werk inhoudt van de mensen aan wie ze leiding geeft. „Dat werk heb ik ook gedaan. Dat is ook mijn meerwaarde.” Diny Haafkes is oprecht geïnteresseerd in mensen. „ Ik hoor van ze dat ze mij toegankelijk vinden.” Haar werk is leuk en bijzonder, vindt ze. Zorg voor kinderen met een vlekje noemt ze het wel eens.
„We leven in een high-tec maatschappij en juist die kinderen kunnen dat tempo niet bijbenen. Als we niet op tijd ingrijpen, gaat het ook goed fout. De maatschappij moet blijvend in ze investeren. ”Haafkes wil er voor waken het paard achter de wagen te spannen. „Het zijn veelal mensen uit zwakke milieus die bij Ambiq terecht komen. In veel gevallen hebben hun ouders die beperking ook: het gaat van generatie op generatie.
We gaan binnenkort een Moeder en Kindproject starten in Hengelo. De moeders willen het graag beter doen maar nemen soms lichtzinnig de beslissing om moeder te worden. Of het overkomt hen. Mijn persoonlijke opvatting is dat ze soms beter geen kinderen kunnen krijgen. Maar ik ben blij dat ik daar niks over heb te zeggen.” De bezuinigingen op de jeugdzorg hangen als een zwaard van Damocles boven Ambiq. Vanaf 2014 is niet het rijk - via de AWBZ - maar zijn de gemeentes financieel verantwoordelijk. „Dan moet ik bij elke gemeente voor het voetlicht brengen hoe belangrijk het is om te investeren in deze kinderen.”
De gevolgen kunnen verstrekkend zijn. „Doen we niets, dan is de kans groot dat deze jongeren het spoor bijster raken. Uiteindelijke consequentie kan zijn dat de TBS- klinieken helemaal vol raken.” Van de 450 plekken die Ambiq jongeren biedt, komt straks een kwart in het Gezondheidspark in Hengelo. Driekwart zit in dorpen en steden, in gewone wijken dus. Plannen van Ambiq om ergens een woonzorgboerderij of werkproject te beginnen, leiden vaak tot heftige reacties uit de buurt. „Ik begrijp het heel goed.
Mensen zijn bang voor het onbekende en bang dat hun huis in waarde daalt. Maar deze jongeren verdienen een plekje in onze maatschappij.” Ze bezoekt protestbijeenkomsten en informatieavonden over Ambiq-projecten, zoals in Rietmolen. „Drie jaar geleden was het verzet daar enorm. Nu loopt het als een trein.” Maar op andere plekken blijft het verzet fors. „Ik verbaas me soms over de ongenuanceerdheid, ook in de berichtgeving. Het is zwart of wit.”
Wat Ambiq voor een groot deel doet, is jongeren opvoeden. „En opvoeden is verantwoorde risico’s nemen. Wij vangen, bijvoorbeeld, veel pubers op. Je kunt daarbij de jongens en meisjes uit elkaar halen. Maar dan leer je ze nooit hoe ze met elkaar moeten omgaan. Natuurlijk gebeurt er van alles. Als je denkt dat er niets gebeurt, heb je je ogen in je zak zitten. Het is onze opdracht dat ze kunnen leren en daardoor nieuw perspectief krijgen.”
Kinderen staan bij Diny Haafkes voorop. Cijfertjes zijn niet haar hobby, bekent ze. „Dat is het deel waar ik me in mijn werk toe moet zetten. Jammer genoeg maakt het een steeds groter onderdeel uit van mijn werk.” Want, zo legt ze uit, iedere zorgorganisatie moet verantwoording afleggen. Logisch, want zorg wordt steeds duurder. Alleen is het uit de hand gelopen.
Ze noemt het wel eens ‘het georganiseerd wantrouwen’. „Het is soms van de gekke aan wie wij allemaal verantwoording moeten afleggen. De Inspectie voor Gezondheidszorg, Arbeidsinspectie, Zorgkantoor, zorgverzekeraars, CAK, Zorgautoriteit, VWS. En dan heb ik ze nog niet eens allemaal genoemd. Gaat er eentje af, dan komt er weer eentje bij. En dat moet ik dan uitleggen aan mijn medewerkers, die allemaal hun hart bij de directe zorg hebben.”
Diny Haafkes is inmiddels geen Hengelose meer. Ze is verhuisd naar Enschede vanwege het werk van haar man, die in Het Kookatelier kookworkshops verzorgt. De ‘geboren opvoeder’ die haar carrière mede vorm heeft gegeven, is nu zelf aan de beurt. Door: Saskia Minkman
|