MEE Twente Lees voor met Readspeaker
lees voor
Normaal lettertypeGroter lettertypeNog groter lettertype
kleiner lettertype
Navigatie » Home » Nieuws » Archief » 2011 » Januari » Marcel en Ingrid hebben nog geluk gehad
Nieuws

Marcel en Ingrid hebben nog geluk gehad

10-01-2011

Marcel (45) en Ingrid (47) de Wacht zijn gelukkig samen. Het gehandicapte echtpaar kan zich een eigen woninkje en een autootje veroorloven. Voor lotgenoten is zoveel ‘luxe’ straks niet meer weggelegd, want er gaat fors bezuinigd worden aan ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’. „De generatie na ons heeft geen enkel perspectief meer.”

Marcel en Ingrid hebben het goed voor elkaar, zo lijkt het. Het gehan­dicapte echtpaar uit Emmen bewoont een aardig koopappartementje in een nieuw­bouwwijk. Marcel heeft een eigen auto en Ingrid een scootmobiel. „We hebben het niet goed, maar ook niet slecht”, vat Ingrid het samen.

„Gehandicapt zijn is duur. Je hebt veel extra onkosten zoals de eigen bijdrage voor de zorg. Die moe­ten ook betaald worden.” Ze hebben het zo goed voor elkaar dat ze wel eens opmerkingen uit de buurt krijgen waarin jaloezie doorklinkt. „Als ik dat hoor, word ik woest. Ik zeg dan altijd: je mag alles van me hebben. De auto, het huis, de scootmobiel en mijn handicap. Als ik Marcel maar mag hou­den”, zegt Ingrid.

Rijk zijn ze zeker niet. Maar ze hebben elkaar en ze kunnen redelijk rondko­men van het salaris van Marcel, het loon van Ingrid en de aanvullende Wa­jong- uitkering die ze krijgt. Marcel, een­zijdig spastisch nadat hij als jongen van 6 een zware val met zijn fiets maakte, werkt 36 uur per week in de groenvoor­ziening van sociaal werkbedrijf Emco in Klazienaveen. Al 25 jaar.

Ingrid werkt sinds zes jaar twintig uur per week op de in- en ompakafdeling van de hoofd­vestiging van Emco. Ze is sinds haar ge­boorte spastisch aan armen en benen. Samen hebben ze maandelijks zo’n 2.000 euro netto te besteden. „Het loon van Marcel, zo’n 1.300 euro, gaat op aan vaste lasten. Van de rest leven we en sparen we zelfs een beetje”, vertelt In­grid.

„We zijn zuinig. Maar we gaan wel af en toe een paar dagen op vakantie. In oktober zijn we nog 5 dagen naar Rome geweest. Helemaal zelf georganiseerd. Dat pakken ze ons niet meer af.” Marcel en Ingrid krijgen het niet voor niets. Ze zijn knokkers, allebei. Marcel lag na zijn fietsongeluk en een hersen­operatie van achttien uur drie maanden in coma.

„De hele hersenpan is eraf geweest. Ik was er bijna niet meer geweest. Ze had­den mijn ouders al papieren laten teke­nen dat ik klinisch dood was. Ik deed nog net op tijd een oog open”, vertelt hij. Daarna kreeg hij te horen dat hij waarschijnlijk nooit meer kon lopen.
„Dat heb ik niet geaccepteerd. Ik heb net zo lang geoefend tot ik mezelf weer kon redden.”

Ingrid heeft lang moeten vechten om in de werkvoorziening terecht te kunnen. „Ik kreeg jarenlang te horen dat ik niet productief genoeg zou zijn om op de wachtlijst te komen. Maar uiteindelijk is het me toch gelukt”, zegt ze trots.

Ze hebben ook moeten vechten om te kunnen samenwonen. Ingrid: „De direc­teur van de instelling waar we vroeger woonden, zag het niet zitten. Die deed van alles om ons uit elkaar te halen. We zouden niet bij elkaar passen. Hij belde zelfs Marcels ouders en mijn ouders.
Mijn vader werd kwaad op hem. Die zei: ‘Je blijft van die kinderen af. Dat gaat goed daar’.”

Het gaat nog steeds goed. In 1996 koch­ten ze een huis en sinds 2000 zijn ze ge­trouwd. Marcel: „We zijn allebei gehan­dicapt, maar we vullen elkaar goed aan.” Marcel en Ingrid hebben geluk gehad.

Ondanks hun handicaps hebben ze via de sociale werkvoorziening werk gevon­den waar ze blij mee zijn en waar ze fat­soenlijk van kunnen leven. Of dat ook voor toekomstige generaties ‘mensen met een arbeidsbeperking’ nog mogelijk is, is zeer de vraag. Het kabinet wil fors bezuinigen op wat in het jargon ‘de on­derkant van de arbeidsmarkt’ heet.

De huidige regelingen voor jonggehandi­capten (Wajong), de sociale werkvoor­ziening (wsw) en de bijstand (wwb) moeten opgaan in een nieuwe regeling voor iedereen ‘met een zekere afstand tot de arbeidsmarkt’. Hoe dat precies uit­pakt, wordt dit voorjaar duidelijk.

Maar wat nu al vaststaat, is dat in de sociale werkvoorziening de komende jaren drastisch wordt gesaneerd. Van de huidi­ge bijna 100.000 arbeidsplaatsen in de werkvoorziening, moet in 2015 eender­de zijn verdwenen en op termijn zelfs bijna tweederde. De wsw gaat ‘op slot’ en is straks enkel nog toegankelijk voor mensen die een zogeheten ‘beschutte werkplek’ nodig hebben, staat in het re­geerakkoord.

Alle andere ‘arbeidsgehandicapten met een beperkte verdiencapaciteit’ moeten in de toekomst zo veel mogelijk bij regu­liere werkgevers aan de slag worden ge­holpen via instrumenten als loondispen­satie. Dit houdt in dat de werkgever slechts het deel van het salaris hoeft te betalen dat overeenkomt met de loon­waarde. Anders gezegd: de productivi­teit van de werknemer in kwestie. Als die bijvoorbeeld maar 40 procent is, hoeft de werkgever niet meer dan dat percentage van het loon te betalen.

De werknemer kan zijn loon dan via een uitkering aangevuld krijgen tot maxi­maal het niveau van het wettelijk mini­mumloon. Dat kan dus ook minder zijn. Het kabinet stelt dat de arbeidsmarkt in de toekomst veel krapper wordt door de vergrijzing. Werkgevers zullen eerder ge­neigd zijn mensen met een arbeidshan­dicap in dienst te nemen, is het idee. Ze­ker als de overheid hen daarbij helpt, met bijvoorbeeld loondispensatie.

Maar critici, zoals de vakbond AbvaKabo FNV, stellen dat de kabinetsplannen niets anders zijn dan een platte bezuini­ging die vooral ten koste gaat van de mensen met zwakke schouders. „Het komt neer op een enorme verslech­tering van de positie van de werkne­mers”, zegt bestuurder Jose Meijer. Wie nu in de wsw zit, valt onder een cao en bouwt pensioen op. Dat is er straks bijna niet meer bij voor mensen die bij een reguliere werkgever aan de slag moeten.”

Volgens haar zijn werkgevers helemaal niet bereid veel meer arbeidsgehandicap­ten in dienst te nemen. „Het gevolg is dat veel arbeidsgehandicapten terug ach­ter de geraniums worden gestuurd.” Dat zal volgens Meijer weer leiden tot meer sociale problemen en tot hogere kosten in de gezondheidszorg.

Directeur Johan Mug van het regionale werkbedrijf Emco heeft ook zo zijn twij­fels. „Het idee is dat de meeste mensen die nu in de sociale werkvoorziening zit­ten, ook plaatsbaar zijn op de reguliere arbeidsmarkt. Ik zie dat in ieder geval in deze regio nog niet gebeuren.”

Mug begrijpt dat er bezuinigd moet wor­den. En dat het kabinet daarbij ook naar de werkvoorziening kijkt. Daar valt op papier immers veel te halen. Als het lukt op termijn 60.000 mensen minder in de werkvoorziening te hebben, levert dat een besparing van bijna 700 miljoen euro per jaar op, zo rekent hij voor. E

en plek in de sociale werkplaats kost, inclu­sief begeleiding en salaris, gemiddeld 27.000 euro per jaar, terwijl een bij­standsuitkering ‘slechts’ zo’n 13.000 eu­ro per jaar kost. „Zelfs als je daar nog eens 3.000 euro per jaar aan begeleiding bovenop zet, scheelt dat 11.000 euro per werknemer per jaar.”

Of Emco-directeur Mug het er mee eens is? Niet van harte, maar hij beseft ook dat tijden veranderen. „Dertig, veer­tig jaar geleden, in de beginjaren van de sociale werkvoorziening, was het idee dat iedereen recht had op hetzelfde mi­nimumloon. Of je nu een of twee ar­men had, moest geen verschil maken.

Iedereen deed immers zijn best. Toen vond men het ook normaal dat mensen met een uitkering daar zonder al te veel druk van konden genieten. Nu zegt men: wie een uitkering krijgt, moet daar iets voor terug doen, zoals sneeuw­ruimen.”

Voor mensen als Marcel en Ingrid bete­kent dat een verslechtering. Het Emmer echtpaar gelooft niet dat veel mensen zoals zij straks bij een gewone baas aan de slag kunnen. „We staan al jaren bij het arbeidsbureau als werkzoekenden ingeschreven. We hebben nog nooit iets aangeboden gekregen”, zegt Marcel.

Voor hun eigen toekomst zijn ze niet bang. Wie nu in de wsw zit, mag erin blijven, heeft het kabinet immers be­loofd. „Wij hebben nog geluk gehad”, beseft Ingrid. „In de toekomst komen gehandicapten niet meer aan de bak. Die blijven hun hele leven aangewezen op hun ouders. Die hebben geen enkel perspectief meer in het leven en dat is het ergste wat er is.”
Door: Hans Gertsen

Bron: 'Marcel en Ingrid hebben nog geluk gehad' TC Tubantia 08/01/2011
Ga terug naar de vorige pagina
laatste wijziging: 10 januari 2011

Ga naar: De Sociale Kaart
Ga naar: Vrije tijd, Recreatie & Sport
Ga naar: Vakanties
Ga naar: Bibliotheek
Ga naar: Ook jij! (let op: Opent in nieuw venster)