Niet te bewijzen of er zorg is geleverd
Door de financiële wanorde bij de failliete jongerencrisisopvang Salida in Haaksbergen kunnen persoonsgebonden budgetten (pgb’s) niet worden verantwoord. Ouders die zorg inkochten bij Salida moeten rekenen op hoge terugvorderingen.
Het onlangs uitgesproken faillissement van jongerencrisisopvang Salida in Haaksbergen heeft drastische gevolgen voor ouders die voor hun kind zorg inkochten bij de instelling.
Het is niet vast te stellen, aan de hand van de administratie, of er ook daadwerkelijk zorg is geleverd voor het geld. Formeel zijn de ouders budgethouder voor het jaarlijkse zorggeld, dat gemiddeld tussen de 30 en 60 mille bedraagt.
Dat betekent dat zij ook aansprakelijk kunnen worden gesteld als het geld niet wordt ingezet voor zorg.
Curator E. Poelenije in Enschede, belast met de afwikkeling van het faillissement, zegt: „ De pgb’s zijn verstrekt in de vorm van voorschotten. Die moet je kunnen verantwoorden aan het zorgkantoor.
Die verantwoording is er niet of niet volledig. In die gevallen wordt de pgb of het teveel aan pgb teruggevorderd.”
Bij Salida waren in de hoogtijdagen meer dan tachtig kinderen opgenomen, de meesten afkomstig uit het westen en het noorden van het land. Na het faillisssement werden deze kinderen door ouders en gezinsvoogden elders ondergebracht, vaak bij ex-personeelsleden van Salida die voor zichzelf waren begonnen.
De veelal nietsvermoedende ouders hadden niet in de gaten dat er binnen Salida niet of te weinig zorg werd verleend. Zorggeld werd niet aan zorg besteed, maar aan geheel andere zaken.
Voormalig personeel kwam met deze grief naar buiten. Latere onderzoeken van de Inspectie Jeugdzorg toonden aan dat Salida op tal van punten in gebreke bleef. Zo was er geen deugdelijk zorgprotocol, waren er geen toereikende voorschriften voor medicatie en lang niet alle kinderen gingen naar school. Volgens het personeel was dit maar het topje van de ijsberg.
Behalve Salida gingen ook de holding Cabeza en directeur E. Apeldoorn privé failliet. Belangrijkste schuldeisers van Salida waren de fiscus en het UWV. Deurwaarders liepen voorheen af en aan bij Salida en directeur Apeldoorn zag geen kans meer om de gaten te dichten. Naar zijn zeggen waren de zaken boven zijn hoofd gegroeid.
Curator Poelenije: „ Alles wat er was, is verkocht. Er is geen akkoord met de schuldeisers bereikt en dat zal ook niet gebeuren.”
De afwikkeling van het faillissement zal nog een tijd duren. „Ik moet uitzoeken wat er allemaal precies is gebeurd en daar gaat wat tijd overheen. De vraag is: wat klopte er wél binnen Salida?”
Directeur Apeldoorn geeft in een reactie aan: „ Ik zit aan de grond.
Met mij gaat het slecht. Ik moet maar zien hoe het verder loopt.
Ik heb nogal wat over me heen gekregen, ook met al die publicaties in jullie krant. Nee, ik vind niet dat ik dit verdien.”
Hoe denkt hij over de positie van de ouders die pgb’s moeten terugbetalen en dat misschien - gezien de hoogte van het bedrag - niet kunnen? „Ik kan zelf niks meer uitzoeken.
De administratie is bij de curator. Dat terugvorderen zal nog een hele heisa worden, denk ik. In mei was ik al teruggetreden bij Salida.
Ik weet niet wat er daarna is gebeurd. Ik houd me nu verre van Salida. Ik probeer ook zelf er weer bovenop te komen. Je mag alles over me schrijven, maar niet dat ik niet mijn best deed voor de kinderen.”
door
Gerard Smink HAAKSBERGEN Bron> De Twentsche Courant Tubantia 16/12/2010