Te veel regeltjes hinderen de hulpverlener
15-12-2010
Hulpverleners gaan het liefst de staart op om probleemjeugd op te zoeken in hun eigen omgeving. In de coffeeshop, op school of bij de hangplek. Dat kan nu vaak niet. Intussen is er wel sprake van overlast door de jongeren.
Sociaal psychiatrisch verpleegkundige Guido van Olffen van Mediant is overtuigd dat er veel werk te doen valt onder de zorgmijders. „We merken het in contacten met bijvoorbeeld de politie, het thuislozenteam en de reclassering. Zij zitten met jongens en meiden die tussen wal en schip vallen. De groep vindt geen aansluiting bij het bestaande hulpaanbod. Maar ze komen er niet terecht. Omdat de organisaties te strak binnen de regeltjes opereren.”
Hulpverlener Van Olffen stapt per 3 januari naar de nieuwe instelling van ggz ( geestelijke gezondheidszorg) ACT Jeugd. Samen met zes andere sociaal psychiatrisch verpleegkundigen die nu bij Mediant werken of hebben gewerkt. Ook een ggz- psycholoog van Mediant maakt de overstap naar ACT. Het vertrek van de zeven is een forse aderlating voor de gevestigde instelling. De nieuwe werkgever ACT Jeugd heeft een kantoorpand betrokken aan de Hazenweg in Hengelo. ACT staat voor een vernieuwende onorthodoxe manier van werken. „Wij zijn gespecialiseerd in zogenaamde bemoeizorg. Gericht op jongeren die hulp nodig hebben maar dat uit de weg gaan. Onze teams zoeken de jongeren letterlijk op, waar ze ook zijn. Op school, thuis, op straat, in de coffeeshop of in de gevangenis”, aldus ACT-directeur Eric Brederveld uit Wierden. Hij werkte eerder in de verpleging, bij justitie, in het management en de jeugdzorg. De organisatie werkt met teams van tien personen. Ieder heeft zijn eigen deskundigheid. Zo zitten in het team een kinderen jeugdpsychiater, psycholoog, werkers uit de psychiatrie, de verslavingszorg, de verpleging en maatschappelijk werk. „We bespreken de situatie van de jongere in het hele team.” Dat is een manier van werken die jeugdhulpverlener Guido van Olffen aanspreekt. „De gewone manier van werken is dat een cliënt een contactpersoon heeft binnen de instelling. Wanneer die even wegvalt, moet hij vaak zijn hele verhaal aan iemand anders vertellen. Als dat een paar keer gebeurt, heeft de jongere er geen zin meer in.” ACT pretendeert dat ze al het goede samenbrengt wat versnippert binnen de reguliere instanties ook aanwezig is. „Omdat het zo gefragmenteerd is, hebben jongeren vaak met veel verschillende hulpinstanties te maken. Die werken vaak langs elkaar heen. Bovendien loopt elke organisatie tegen zijn grenzen aan. De een is alleen tijdens kantooruren bereikbaar. De andere organisatie werkt wel op straat maar heeft bijvoorbeeld geen psychiatrische kennis. Wij hebben alle expertise onder een dak”, zegt Siger Seinen, kinder- en jeugdpsychiater bij ACT. Eric Brederveld heeft alle vertrouwen in de toekomst van zijn organisatie. „We zijn nu actief geweest in Rotterdam en omgeving en daar loopt het goed. In Spijkenisse bijvoorbeeld bouwden we in twee maanden tijd een klantenkring op van 130 cliënten.” Op dit moment zijn in de regio Twente 1.500 multiprobleemgezinnen bekend bij de officiële instanties, zegt Brederveld. „ Dat zijn families waar minimaal vier partijen uit het zorgcircuit bij betrokken zijn. Tel daar nog tweehonderd cliënten bij op die bekend zijn bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Dit is een topje van de ijsberg. Onderzoek wijst uit dat voor elk geregistreerd gezin drie niet- geregistreerde gezinnen staan die evengoed hulp nodig hebben maar het nu niet krijgen.” Guido van Olffen knikt. „Dat komt overeen met mijn ervaringen. Binnen Mediant heb ik de afdeling Bemoeizorg Jeugd mogen opzetten. Het bleek dat de helft van de jongeren al eerder in aanraking was geweest met hulpverlening. Maar die hulp was niet aangeslagen.”
ACT Jeugd begint per 3 januari twee teams van elk tien personen. In de loop van januari komt daar volgens Arend Horden van ACT een derde team bij.
Bron> TC Tubantia, 15 December 2010 | | | | |
|
laatste wijziging: 15 december 2010 |
|