Inspectie wil verbod op vastbinden - De Inspectie voor de Gezondheidszorg pleit in een gisteren gepresenteerd rapport voor afschaffing van de onrustband. - Mensen worden ‘ voor hun eigen bestwil’ vastgebonden om te voorkomen dat ze vallen of dwalen. - Twentse instellingen beloven het aantal fixaties te beperken.
ENSCHEDE – In afwachting van een totaalverbod op het vastbinden van onrustige dementerenden, psychiatrische patiënten en verstandelijk gehandicapten trachtten instellingen in Twente het aantal ‘fixaties’ te beperken. Toch komt het nog veel voor dat mensen ‘voor eigen bestwil’ bijvoorbeeld in de nacht op bed worden vastgebonden om te voorkomen dat ze vallen of dwalen, blijkt uit onderzoek van deze krant. De inspectie wil een registratiesysteem invoeren om alle vrijheidsbeperkende maatregelen goed in beeld te hebben.
Het wachten is op de Wet Zorg en Dwang die bij de Tweede Kamer ligt. „Die wet is een ondersteuning voor de instellingen die al druk bezig zijn met het terugdringen van vrijheidsbeperkingen. Voor de achterblijvers moet dit een prikkel zijn om aan de slag te gaan”, aldus de inspectie. Medewerkers binnen instellingen hebben te weinig weet van nieuwe ontwikkelingen of voelen zich niet voldoende gesteund door het management. De inspectie wil dat meer wordt gezocht naar alternatieven.
„Een totaalverbod op vastbinden is slechts een kwestie van tijd. In teamverband zoeken we nu al voortdurend naar alternatieven”, zegt eerste specialist oudergeneeskunde R. Dingenouts van verpleeghuis Bruggerbosch in Enschede. Werden vorig jaar nog dertig tot veertig mensen in de instelling gefixeerd, in 2010 was dat de helft.
Een jaar geleden werd vastgesteld dat ongeveer één op de tien bewoners van Nederlandse zorginstellingen dagelijks wordt vastgebonden aan een stoel, bed of rolstoel met behulp van een zogenoemde Zweedse band of een andere vorm van een onrustband. Deze band zit geheel rond de heupen en buik en wordt met een slot vastgemaakt.
|
Worstelen met een dilemma Verpleeghuis Bruggerbosch in Enschede telt 203 dementerenden. Negentien van hen gaan ’s avonds slapen, maar niet zonder vastgebonden te zijn met een zogenaamde onrustband. Een enkeling ligt ook overdag op bed met de band.
„ Als iemand bijvoorbeeld een epileptische aanval heeft gehad, is zo’n persoon de dagen daarna erg onrustig. Dan leggen we zo’n band aan om ongevallen te voorkomen”, zegt R. Dingenouts, specialist oudergeneeskunde binnen de instelling. „ Als een patiënt vastgebonden moet worden, om valincidenten te voorkomen of als er sprake is van ernstige agressie, is er altijd overleg met de familie. Vrijheidsbeperking onder dwang toepassen, ik heb dat zelf hier nooit gedaan. Daar zit ook een meldingsplicht op.”
Het lijkt op kiezen uit twee kwaden. „Vastbinden komt voort vanuit de gedachte van een maakbare wereld: hoever ga je om iemand tegen zichzelf te beschermen? We zijn druk bezig om het aantal mensen dat noodgedwongen in zo’n band moet slapen te verminderen. We bedenken creatieve oplossingen.”
Afgelopen jaar kwam in Bruggerbosch een duidelijke omslag ten aanzien van het vastbinden ofwel fixeren van patiënten. R. Dingenouts: „We praten er veel over. Bijvoorbeeld, een patiënt met de ziekte van Parkinson heeft het risico om twintig keer per dag te vallen. Uiteindelijk valt hij hard en breekt hij zijn heup. De familie wil geen fixatie. Maar de verzorgende voelt zich verantwoordelijk voor de patiënt. Daar zit een dilemma. Na een heupfractuur kan iemands mobiliteit verslechteren en neemt de kans op overlijden toe.”
Bruggerbosch maakt gebruik van het aanbod van nieuwe hulpmiddelen. Het hoefijzerkussen, dat de patiënt als het ware omsluit en die hem een comfortabel gevoel geeft, vermindert de behoefte bij de patiënt om uit bed te stappen aanzienlijk. Ook is er de belmat: mocht de patiënt toch uit bed stappen, dan gaat er een belletje bij de dienstdoende verzorgende.
Of de deken gevuld met kleine korreltjes die de patiënt ook omsluit en een behaaglijk gevoel geeft. Allerlei vormen van technologische oplossingen helpen ook: een chip in de schoen bijvoorbeeld waardoor niet alle deuren meer opengaan en de verwarde patiënt niet kan weglopen.
Op de psychiatrische afdeling van het Medisch Spectrum Twente in Enschede wordt fixeren met een Zweedse band sporadisch gebruikt, meldt psychiater D.G. Buiten. „Dat is meer uitzondering dan regel en gebeurt zeker niet dagelijks en ook niet wekelijks. We passen het toe bij patiënten die tijdelijk zo opgewonden zijn dat we fixeren voor hun eigen veiligheid en voor de veiligheid van de verpleging.”
In het ziekenhuis komt fixeren relatief meer voor, weet hij. „We hebben als beleid: fixeren niet toepassen, alleen als het strikt noodzakelijk is. Als het gebeurt, is dat voor de veiligheid van de patiënten en dan vooral bij ernstig zieke of ernstig verwarde mensen. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan een 85-jarige vrouw, die binnen wordt gebracht met een acute heupfractuur en moet worden geopereerd.
Voor die tijd was ze al een beetje vergeetachtig. Na de operatie bestaat de kans dat ze verward raakt. Dat kan een uur duren, maar ook twee dagen. Ook kan ze in een delirium raken, een acuut optredende verwardheid.
Omdat het risico bestaat dat ze uit bed probeert te gaan, kan in zo’n geval voor fixeren worden gekozen, voor haar eigen veiligheid en omdat haar heup niet mag worden belast. Dat gebeurt ook bij patiënten bij wie het gevaar bestaat dat ze aan het dolen slaan en ergens over struikelen. De wet staat fixeren dan toe.”
MST is de afgelopen jaren actief bezig om het personeel bewust te maken over het onderwerp fixatie van patiënten. Zo verzorgden psychiatrisch verpleegkundigen een opleiding voor de andere verpleegkundigen, waar onderwerpen aan bod kwamen als: waarom fixeer je, hoe doe je dat en is het veilig?
Psychiater Buiten probeert fixeren van patiënten soms te voorkomen door het voorschrijven van medicatie, bijvoorbeeld voor het behandelen van een delirium. Ook adviseert hij bij ernstig verwarde mensen regelmatig medicatie voorafgaand aan een operatie. Verder is gekeken naar alternatieven voor vastbinden.
Verpleegkundigen spelen daarin een belangrijke rol. Regelmatig kijken bij onrustige patiënten en ze geruststellen is één van die alternatieven. Een andere maatregel is de bedhekken bij verwarde mensen naar beneden doen, omdat ze er anders overheen kunnen gaan en vallen. En rommel op de grond, waar patiënten over kunnen struikelen, moet worden voorkomen. Realistisch stelt de psychiater: „Honderd procent veilig is het nooit. Daarom maken we per patiënt een afweging over zijn veiligheid. We kunnen besluiten toch te fixeren, omdat het in het belang van de patiënt en zijn fysieke welzijn is. Het risico is dan te groot dat hij bijvoorbeeld het infuus eruit trekt of gaat dwalen terwijl hij net is geopereerd.”
In psychiatrisch ziekenhuis Helmerzijde wordt erg weinig gebruik gemaakt van het vastbinden van patiënten, zegt I. Colijn, psychiater ouderenafdeling. „ Lang geleden en ver voor mijn tijd werd het middel veel gebruikt. Nu proberen we vastbinden helemaal niet te gebruiken, het in ieder geval tot het absolute minimum te beperken. Het komt erg weinig voor hier en alleen in gevallen dat er sprake is van ernstige agressie en we het niet op een andere manier kunnen oplossen. Het wordt ingezet om een noodsituatie te overbruggen. Eerst gebruiken we andere methodes, zoals medicatie.”
A. Froma, manager dienst behandelzaken en zorgondersteuning van de Twentse Zorgcentra, meldt dat de Zweedse band nog steeds wordt gebruikt voor mensen met een verstandelijke handicap. „Bijvoorbeeld als het gevaar dreigt dat iemand uit bed kan vallen. Maar we zijn bezig de bedden te vervangen voor lage exemplaren waardoor het risico om te vallen en letsel op te lopen veel kleiner is en vastbinden niet meer nodig is.
Ook treffen we andere maatregelen zoals het plaatsen van camera’s in de slaapkamer of op de gang, zodat het personeel kan zien wanneer iemand uit bed stapt en aan het dwalen slaat. Bij sommige bewoners is het niet meer goed te achterhalen waarom ze eigenlijk worden vastgebonden. Dat is ooit door iemand besloten en kan misschien wel worden afgebouwd.”
„Bewoners die al heel lang ’s nachts worden gefixeerd met een Zweedse band zijn daar aan gewend geraakt en het geeft ze een veilig gevoel. Dat kun je ze ook op een ander manier proberen te geven. Bijvoorbeeld door middel van zogenaamde verzwaarde dekens, waardoor ze zich toch lekker stevig ingepakt voelen. De oplossingen zijn heel divers en verschillen per cliënt.”
De manager is blij met de eis van de Inspectie voor de Gezondheidszorg om het gebruik van Zweedse banden terug te brengen tot een minimum. „In instellingen is het soms moeilijk om vanuit een ideaal alle handen op elkaar te krijgen. Maar als de inspectie dergelijke eisen stelt, moet iedereen wel in beweging komen.”
Bij de Twentse Zorgcentra wordt vanaf 2007 elk half jaar een meting gedaan hoeveel en welke vrijheidsbeperkende maatregelen er zijn gebruikt. De eerste tijd was er een stijging te zien. „ Dat had te maken met bewustwording.
Medewerkers dachten meer na over wat er allemaal onder vrijheidsbeperkende maatregelen valt. Dat is al het geval als je een bewoner drie minuten vasthoudt om hem daarna weer los te laten. Nu is er sprake van een daling van dergelijke maatregelen, maar nog niet spectaculair.” Door: Gertia Bredewoud & Gerard Smink
‘ Er zijn instellingen die nog steeds te snel naar vrijheidsbeperkende maatregelen grijpen. Wij staan op het standpunt dat kwetsbare mensen in instellingen zo min mogelijk in hun vrijheid beperkt moeten worden en dat stringente vormen van vrijheidsbeperkende maatregelen zoals vastbinden eigenlijk onacceptabel zijn.’ Inspecteur- generaal voor de Gezondheidszorg Gerrit van der Wal
Bron: 'Worstelen met een dilemma' TC Tubantia 8/12/2010 |