Karel Hanse uit Albergen mist een been. Als hij wil sporten, gaat hij basketballen in Tubbergen. Veel meer opties heeft hij ook niet.
Daar wil hij wat aan doen.
Toen Karel Hanse (55) eerder dit jaar in Zuid-Afrika was om nieuwe trainers op te leiden voor gehandicapte sporters, deed hij een opmerkelijke ontdekking. Op tv zag hij een wedstrijd tussen twee teams met gehandicapte basketballers. „Ik dacht: wat is dat nou? Dat hebben wij in Nederland niet!” Zendtijd op de Nederlandse televisie is niet waar Albergenaar Hanse naar streeft, maar zijn ontdekking in Zuid-Afrika sterkt hem wel in zijn mening dat gehandicaptensport in Nederland - en dan met name in het oosten van het land een ondergeschoven kindje is. „Het is niet verankerd in de samenleving, terwijl ik van mening ben dat iedere Nederlander moet kunnen sporten. Dus ook iedere gehandicapte Nederlander. Eigenlijk zou elke gemeente in het kader van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) moeten worden verplicht om sportactiviteiten voor gehandicapten aan te bieden, maar dat gebeurt niet.” Sinds jaar en dag vecht Hanse voor een betere toegankelijkheid tot sport voor mensen met een lichamelijke beperking. Zo is hij voorzitter van de Stichting Rolstoelbasketbal, die de belangen behartigt van rolstoelbasketballers en mogelijk andere rolstoelsporters. Zelf mist Hanse sinds zijn tiende één been, een gevolg van kanker. „Na de amputatie heb ik erg veel aan rolstoelsport gedaan in Rotterdam en omgeving. Mogelijkheden genoeg, in die hoek van het land.” Maar in Twente en elders in Overijssel is het volgens hem slecht gesteld met de mogelijkheden voor gehandicapten om te sporten. „In Hardenberg heb ik met een aantal anderen een club met twee rolstoelbasketbalteams opgezet: Second Dribble. En in Tubbergen heeft Eurosped Twente sinds 2007 een team voor gehandicapte basketballers, waar ik voor speel. Daarmee houdt het op.”
Ook ontbreekt het in de regio aan de juiste facilititeiten, zegt Hanse.
„ Zo zijn in de Burgemeester Verdegaalhal in Tubbergen de deuren te smal. Als ik de kleedkamer in wil om me om te kleden, moet ik eerst mijn wielen er af draaien. Dat is niet handig. De nieuwe sporthal in Tubbergen moet daarom ook rolstoeltoegankelijk zijn.”
Het gebrek aan faciliteiten en goede accommodaties maakt het er voor hem niet gemakkelijker op.
„Wil je als gehandicapte deelnemen aan een sportactiviteit, dan moet je al tweehonderd procent gemotiveerd zijn. Als je bijvoorbeeld in Denekamp woont en wilt basketballen, dan moet je al de moeite nemen om naar Tubbergen te rijden of vervoer te regelen. Je bent dus al een ‘halve’ wedstrijdsporter, wil je als gehandicapte in deze regio een sport beoefenen. Zó veel moet je er voor over hebben.”
Desalniettemin probeert Hanse, samen met clubgenoot Marcel Kleissen, rolstoelsport en rolstoelbasketbal in het bijzonder te promoten in de regio. „ Momenteel ben ik met de Lions Club Tubbergen in gesprek om een marketingmiddel te ontwikkelen om gehandicapte mensen te activeren. De vraag die daarbij centraal staat, is: hoe bereik je je gehandicapte medemens en hoe maak je diegene enthousiast om deel te nemen aan gehandicaptensport?”
Zijn missie duurt voort. „Wanneer ik tevreden ben? Als we over een aantal jaren een regionale basketbalcompetitie hebben met tien tot twaalf teams. Dat moet mogelijk zijn.”
door
Ron Hemmink
Rolstoelbasketballer Karel Hanse: „ Als ik de kleedkamer in wil om me om te kleden, moet ik eerst mijn wielen er af draaien. Dat is natuurlijk niet handig.”
foto
Charel van TendelooBron> De Twentsche Courant Tubantia 30/11/2010