Donkere wolken pakken zich samen boven de mensen met eenWajonguitkering. Nu de politiek wil bezuinigen, raken werkgevers kopschuw. „Het wordt steeds lastiger om banen te vinden.”
Stagecoördinator en arbeidstoeleider HerryWevers van zmlk- school De Huifkar (zeer moeilijk lerend) merkt nu al dat bedrijven risico’s mijden bij het aannemen van Wajongers. „Bazen zitten graag voor een dubbeltje op de eerste rang en dat neem ik ze ook niet kwalijk.
Voor het contracteren van een Wajonger krijgen ze vaak een stevige loondispensatie van het UWV. Om die reden komt de nieuwe werknemer met een arbeidsbeperking binnen. Hij krijgt een tijdelijk contract en we maken afspraken voor begeleiding op de werkvloer.
Dat laatste is altijd nodig. Maar zodra het aankomt op het omzetten van een tijdelijk in een vast dienstverband, aarzelen werkgevers steeds vaker. Ze durven het vaak niet aan.” Ook op een ander terrein hebben de Wajongers het tij niet mee.
Sommige sociale werkvoorzieningen, waaronder de DCW in Enschede, hebben een wachtlijst. „Wij kunnen niemand kwijt bij de DCW. Sterker nog, we melden ze niet eens meer aan”, zegt Herry Wevers van De Huifkar in Enschede. „Dan blijven het bedrijfsleven en de dagbestedingscentra over.
De centra zijn in principe opgericht voor mensen die niet kunnen voldoen aan eisen die vanuit het bedrijfsleven worden gesteld. Bijvoorbeeld vanwege beperkte intellectuele vaardigheden. Maar helaas plaatsen we er nu ook cliënten die meer kunnen. Eenderde van onze leerlingen gaat naar het vrije bedrijf, tweederde naar een dagactiviteitencentrum. Op grond van de capaciteiten van onze leerlingen zou de verhouding andersom kunnen zijn.”
Het pessimisme van Herry Wevers wordt min of meer bevestigd door ondernemer Peter Wicknig van restaurant Punto Pasta in de Enschedese binnenstad. Bij hem in de keuken werkt Robin Bisschop, een achttienjarige met een beperking. Den Wajonger Robin heeft ppd-nos en is licht autistisch. „Ik mag hier groente snijden, afwassen, pasta koken en deeg bereiden.
Heel leuk werk”, vertelt hij. Robin kwam binnen bij Punto Pasta via zijn stage bij De Huifkar. Inmiddels heeft hij een contract voor een half jaar op zak, waarvan de helft van de tijd is verstreken. Hoe gaat het verder? „Tja”, erkent horecaman Peter Wicknig, „een vast contract zit er over drie maanden niet in. Robin bevalt prima, daar ligt het niet aan. Al het werk waar een duidelijke structuur in zit, bewaren we voor hem. Omgang met gasten heeft hij niet. Robin heeft moeite met communiceren. Ook is hij gevoelig voor stress.
Maar zolang wij daar rekening mee houden, is hij een geweldige kracht. Het enige wat me weerhoudt van een vast contract is deze economische tijd. Het wordt dus straks opnieuw iets tijdelijks.” Robin Bisschop krijgt vijftig procent van zijn loon uitbetaald door Punto Pasta, het resterende bedrag (tot Wajongniveau) wordt bijgepast door het UWV. Het percentage van vijftig procent is gebaseerd op Robins loonwaarde. De hoogte daarvan is in overleg vastgesteld. Als Robin ziek wordt, betaalt het UWV het volledige loon.
Niet alle mensen in de Wajong hebben op dit moment last van de onzekere tijden. Het lijkt erop dat Wajongers met meer mogelijkheden ook betere kansen maken. Bij het Werkplein in Enschede valt het volgens arbeidsdeskundigen Monique Voortman en Lion van Haren ‘reuze mee’ omWajongers aan werk te helpen. „Wij hebben de indruk dat de crisis juist gunstig uitpakt voor deze doelgroep.
Sommige bedrijven hebben een vacaturestop, maar nemen nog wel Wajongers aan. Ook zie je dat ondernemers door de crisis veel hebben bezuinigd. Werkzaamheden zoals opruimen en schoonmaken blijven liggen. Dat kun je een dure werknemer laten opknappen, maar je kunt er ook een goedkope Wajonger voor aannemen.”
In het werkgebied van het Werkplein Enschede ( inclusief Hengelo, Oldenzaal, Nijverdal en Almelo) zijn 9400 Wajongers. Ruim veertig procent heeft een betaalde baan of zit in een traject naar betaald werk. Voor de overigen is dat niet haalbaar. Ze doen vrijwilligerswerk of werken in een dagactiviteitencentrum.
Het Werkplein onderhoudt nauwe contacten met het praktijkonderwijs. „Vanaf hun zestiende of zeventiende jaar komen wij al in contact met een leerling. Het zijn doe-jongeren. Ons streven is dat ze vanuit hun stage bij een werkgever aan de slag kunnen”, legt Lion van Haren uit.
Volgens directeur Benno Hermelink van hetWerkplein is nog volstrekt onduidelijk hoe het nieuwe kabinet omgaat met deWajong. „ Er wordt gesproken over bezuinigingen, maar we hebben geen enkele aanwijzing wat ons te wachten staat.” Door: Josien Kodde
|