‘Ik had me nooit gerealiseerd dat ik mantelzorger ben”, zegt Carolien de Jong. „Pas toen mijn werkgever er aandacht aan besteedde, dacht ik ‘hé, dat ben ik ook’. Nu durf ik gemakkelijker een keer vrij te vragen en voel ik me minder bezwaard als mijn werk door mijn thuissituatie wordt beïnvloed.”
De Jong is leidinggevende bij Stichting Zorggroep Noordwest-Veluwe (ZNWV). Haar zoon Giorgi (10) heeft het syndroom van Down, wat extra zorg betekent. „Giorgi had last van slecht slaapgedrag. Dat vergt veel tijd en energie. Ik probeer nog steeds zoveel mogelijk zorg buiten mijn werktijd te plannen, maar als we weer een keer een slechte nacht hebben gehad, is daar begrip voor. De extra belasting van mantelzorgers is bij ons onderkend en uit de taboesfeer. Dat is erg prettig.” Giorgi volgt regulier basisonderwijs en heeft dus op woensdagmiddag vrij. Met haar werkgever heeft De Jong kunnen afspreken dat ze in 4 dagen 36 uur werkt, zodat ze op woensdag vrij heeft voor Giorgi en de andere drie kinderen.
In 2008 zette ZNWV als een van de eerste Nederlandse werkgevers een mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid op. Volgens personeelsadviseur Jos Groen-Nieuwenhuizen hebben 150 van de 1.250 medewerkers een langdurige zorgtaak voor iemand uit hun familie. „Gezien de huidige, krappe arbeidsmarkt in onze branche is het belangrijk dat we mensen aan ons binden. Daarom willen we voorkomen dat zij de zorg aan huis niet meer kunnen combineren met hun werk en besluiten hun baan op te zeggen.”
De aandacht van ZNWV voor de mantelzorgers onder het personeel is een uitzondering. Uit een recent onderzoek van adviesbureau Mercer en Centraal Beheer Achmea onder 1.200 organisaties, blijkt dat 80 procent van de werkgevers geen speciale regelingen voor mantelzorgers onder hun personeel hebben. Bijna de helft van hen denkt dat minder dan 2 procent van het personeel een mantelzorgtaak heeft. In werkelijkheid is dit 12 procent, zo bleek onlangs uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Dat ongeveer eentiende van de bevolking de zorg voor een naaste op zich neemt, was min of meer bekend. Een recent wereldwijd onderzoek naar de stijging van de ziekte van Alzheimer is echter alarmerend. Het aantal Nederlanders met dementie zal binnen veertig jaar verdubbelen tot een half miljoen. Zonder mantelzorgers zou Nederland nu al 7,5 miljard euro betalen voor de zorg voor deze groep. Dankzij de mantelzorg liggen de kosten 40 procent lager.
Om de zorg betaalbaar te houden, zal er een nog sterker beroep op mantelzorgers gedaan moeten worden, liet Gea Broekema, directeur van Alzheimer Nederland, weten. De druk op de ‘informele zorg’ zal niet alleen toenemen doordat er meer ouderen met dementie komen. Met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in 2007 heeft Nederland een grote stap van een verzorgingsnaar een participatiestaat gezet. Niet langer is de vraag ‘waar heb ik als zorgvrager recht op?’ leidend, maar de vraag ‘wat kan mijn omgeving voor mij doen?’.
Doordat het rijk steeds meer zorgtaken uit de wet Bijzondere Ziektekosten haalt en naar de gemeenten overhevelt, worden steeds meer zorgvragers in eerste instantie op hun sociale netwerk gewezen. De mantelzorgorganisatie Mezzo en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat de helft van de intensieve mantelzorgers zich ernstig overbelast voelt, is een teken aan de wand.
In april luidden de instellingen de noodklok. Maar met de noodzaak tot bezuinigingen lijken ze roependen in de woestijn te zijn. "De cijfers over dementie wijzen erop dat we de huidige zorg niet kunnen blijven betalen. Er moeten oplossingen worden bedacht en daarbij zal de mantelzorg een steeds belangrijkere rol gaan spelen", zegt Trudy Schreuder Goedheijt, coordinator van het Expertisecetnrum Mantelzorg van de kennisinstituten Movisie en Vilans. "Als je ziet dat zoveel mantelzorgers overbelast zijn, geeft dat aan dat de randvoorwaarden voor mantelzorgers verbeterd moeten worden". De afgelopen acht jaar is er volgens haar al veel erkenning voor mantelzorgers gekomen. „Maar we staan nog steeds aan het begin van wat gedaan moet worden. Er is nog een enorme omslag nodig.” Zo moeten werkgevers volgens Schreuder Goedheijt meer doen dan hun werknemers wijzen op de mogelijkheid van zorgverlof.
„Mantelzorgers hebben vooral flexibiliteit nodig. De oplossing zit hem niet zozeer in verlofregelingen, maar in goede, op maat gesneden regelingen tussen werknemer en werkgever.” Vakbonden FNV en CNV erkennen het belang van goede arbeidsvoorwaarden voor mantelzorgers en hebben een paar concrete wensen. Zo is het voor de FNV de vraag of een medewerker thuis voor iemand zorgt, een vast deel van het functioneringsgesprek wordt. In de cao’s moeten daarnaast meer regelingen worden opgenomen die werknemers recht op maatwerk geven.
Het CNV wil dat mantelzorg expliciet genoemd wordt in elke cao en dat bedrijven gaan investeren in bewustwording. Volgens de vakbonden is het een kwestie van tijd voordat mantelzorg overal aandacht krijgt. De FNV is wel bereid een stevige eis neer te leggen. „Over 5 jaar willen wij dat in 80 procent van de cao’s goede afspraken zijn over de zeggenschap van de werknemer over zijn werktijden”, zegt Linda Rigters, beleidsmedewerker arbeidsvoorwaarden. „Dat is nu maar in 40 tot 50 procent van de cao’s opgenomen.”
Volgens ondernemingsorganisatie VNO-NCW nemen werkgevers wel degelijk hun verantwoordelijkheid als het om mantelzorg gaat. Vanwege de diversiteit aan bedrijven is het volgens de koepel niet raadzaam allerlei eisen vast te leggen in de cao’s. „Onze ervaring is, dat als een werknemer een verzoek indient, hij er met zijn werkgever altijd wel uitkomt”, zegt Mariet Feenstra, van de afdeling sociale zaken van VNO-NCW.
Volgens Peter Conneman, die voor Mercer het onderzoek naar de steun van werkgevers voor hun mantelzorgers uitvoerde, is het probleem echter dat mantelzorg in veel gevallen nog niet bespreekbaar is op de werkvloer. „Werkgevers komen pas in actie als een medewerker tegen zijn grenzen aanloopt en het te laat is. Dan blijkt vaak dat er best iets te regelen is. Maar werkgevers maken de mogelijkheden mantelzorg met werk te combineren nog te weinig bespreekbaar. En veel werknemers zijn doodsbang dat hun zorgtaak negatieve effecten op hun loopbaan zal hebben.”
Dat bijna de helft van de werkgevers een compleet verkeerde inschatting van het aantal mantelzorgers onder zijn personeel maakt, is volgens hem tekenend. „Voor 2 procent van je personeel tref je geen regeling, maar als werkgevers zouden weten dat het om meer dan 10 procent gaat, zouden ze vermoedelijk anders reageren.”
Volgens Marloes Hooimeijer van Mezzo staat voorop dat mantelzorg altijd een keuze moet blijven en geen plicht die wordt opgelegd door de overheid. „Als de overheid, werkgevers en de omgeving van de mantelzorger meewerken, zullen minder mantelzorgers tegen hun grenzen aanlopen.”
Bron: 'Mantelzorg kan niet zonder de baas' TC Tubantia 23/10/2010
|