MEE Twente Lees voor met Readspeaker
lees voor
Normaal lettertypeGroter lettertypeNog groter lettertype
kleiner lettertype
Navigatie » Home » Nieuws » Archief » 2010 » Oktober » Mantelzorg kan niet zonder de baas
Nieuws

Mantelzorg kan niet zonder de baas

25-10-2010

Ik had me nooit gerealiseerd dat ik mantelzorger ben”, zegt Caro­lien de Jong. „Pas toen mijn werkgever er aandacht aan be­steedde, dacht ik ‘hé, dat ben ik ook’. Nu durf ik gemakkelijker een keer vrij te vragen en voel ik me minder be­zwaard als mijn werk door mijn thuissitua­tie wordt beïnvloed.”

De Jong is leidinggevende bij Stichting Zorggroep Noordwest-Veluwe (ZNWV). Haar zoon Giorgi (10) heeft het syndroom van Down, wat extra zorg betekent. „Giorgi had last van slecht slaapgedrag.
Dat vergt veel tijd en energie. Ik probeer nog steeds zoveel mogelijk zorg buiten mijn werktijd te plannen, maar als we weer een keer een slechte nacht hebben ge­had, is daar begrip voor. De extra belasting van mantelzorgers is bij ons onderkend en uit de taboesfeer. Dat is erg prettig.” Giorgi volgt regulier basisonderwijs en heeft dus op woensdagmiddag vrij. Met haar werkgever heeft De Jong kunnen af­spreken dat ze in 4 dagen 36 uur werkt, zo­dat ze op woensdag vrij heeft voor Giorgi en de andere drie kinderen.

In 2008 zette ZNWV als een van de eerste Nederlandse werkgevers een mantelzorg­vriendelijk personeelsbeleid op. Volgens personeelsadviseur Jos Groen-Nieuwenhui­zen hebben 150 van de 1.250 medewerkers een langdurige zorgtaak voor iemand uit hun familie.
„Gezien de huidige, krappe arbeidsmarkt in onze branche is het belangrijk dat we mensen aan ons binden. Daarom willen we voorkomen dat zij de zorg aan huis niet meer kunnen combineren met hun werk en besluiten hun baan op te zeggen.”

De aandacht van ZNWV voor de mantel­zorgers onder het personeel is een uitzon­dering. Uit een recent onderzoek van ad­viesbureau Mercer en Centraal Beheer Ach­mea onder 1.200 organisaties, blijkt dat 80 procent van de werkgevers geen specia­le regelingen voor mantelzorgers onder hun personeel hebben. Bijna de helft van hen denkt dat minder dan 2 procent van het personeel een mantelzorgtaak heeft. In werkelijkheid is dit 12 procent, zo bleek on­langs uit onderzoek van het Centraal Bu­reau voor de Statistiek.

Dat ongeveer eentiende van de bevolking de zorg voor een naaste op zich neemt, was min of meer bekend. Een recent we­reldwijd onderzoek naar de stijging van de ziekte van Alzheimer is echter alarmerend. Het aantal Nederlanders met dementie zal binnen veertig jaar verdubbelen tot een half miljoen. Zonder mantelzorgers zou Nederland nu al 7,5 miljard euro betalen voor de zorg voor deze groep. Dankzij de mantelzorg liggen de kosten 40 procent la­ger.

Om de zorg betaalbaar te houden, zal er een nog sterker beroep op mantelzor­gers gedaan moeten worden, liet Gea Broe­kema, directeur van Alzheimer Nederland, weten. De druk op de ‘informele zorg’ zal niet alleen toenemen doordat er meer ouderen met dementie komen. Met de in­voering van de Wet Maatschappelijke On­dersteuning (WMO) in 2007 heeft Neder­land een grote stap van een verzorgings­naar een participatiestaat gezet. Niet langer is de vraag ‘waar heb ik als zorgvrager recht op?’ leidend, maar de vraag ‘wat kan mijn omgeving voor mij doen?’.

Doordat het rijk steeds meer zorgtaken uit de wet Bijzondere Ziektekosten haalt en naar de gemeenten overhevelt, worden steeds meer zorgvragers in eerste instantie op hun sociale netwerk gewezen. De mantelzorgorganisatie Mezzo en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat de helft van de intensieve mantelzorgers zich ernstig overbelast voelt, is een teken aan de wand.

In april luidden de instellingen de noodklok. Maar met de noodzaak tot bezuinigingen lijken ze roependen in de woestijn te zijn. "De cijfers over dementie wijzen erop dat we de huidige zorg niet kunnen blijven betalen. Er moeten oplossingen worden bedacht en daarbij zal de mantelzorg een steeds belangrijkere rol gaan spelen", zegt Trudy Schreuder Goedheijt, coordinator van het Expertisecetnrum Mantelzorg van de kennisinstituten Movisie en Vilans.
 
"Als je ziet dat zoveel mantelzorgers overbelast zijn, geeft dat aan dat de randvoorwaarden voor mantelzorgers verbeterd moeten worden". De afgelopen acht jaar is er volgens haar al veel erkenning voor mantelzorgers geko­men. „Maar we staan nog steeds aan het begin van wat gedaan moet worden. Er is nog een enorme omslag nodig.”
Zo moeten werkgevers volgens Schreuder Goedheijt meer doen dan hun werkne­mers wijzen op de mogelijkheid van zorg­verlof.

„Mantelzorgers hebben vooral flexi­biliteit nodig. De oplossing zit hem niet zo­zeer in verlofregelingen, maar in goede, op maat gesneden regelingen tussen werkne­mer en werkgever.” Vakbonden FNV en CNV erkennen het be­lang van goede arbeidsvoorwaarden voor mantelzorgers en hebben een paar concre­te wensen. Zo is het voor de FNV de vraag of een medewerker thuis voor iemand zorgt, een vast deel van het functionerings­gesprek wordt. In de cao’s moeten daar­naast meer regelingen worden opgeno­men die werknemers recht op maatwerk geven.

Het CNV wil dat mantelzorg expli­ciet genoemd wordt in elke cao en dat be­drijven gaan investeren in bewustwording. Volgens de vakbonden is het een kwestie van tijd voordat mantelzorg overal aan­dacht krijgt. De FNV is wel bereid een ste­vige eis neer te leggen. „Over 5 jaar willen wij dat in 80 procent van de cao’s goede afspraken zijn over de zeggenschap van de werknemer over zijn werktijden”, zegt Lin­da Rigters, beleidsmedewerker arbeids­voorwaarden. „Dat is nu maar in 40 tot 50 procent van de cao’s opgenomen.”

Volgens ondernemingsorganisatie VNO-NCW nemen werkgevers wel dege­lijk hun verantwoordelijkheid als het om mantelzorg gaat. Vanwege de diversiteit aan bedrijven is het volgens de koepel niet raadzaam allerlei eisen vast te leggen in de cao’s. „Onze ervaring is, dat als een werk­nemer een verzoek indient, hij er met zijn werkgever altijd wel uitkomt”, zegt Mariet Feenstra, van de afdeling sociale zaken van VNO-NCW.

Volgens Peter Conneman, die voor Mercer het onderzoek naar de steun van werkge­vers voor hun mantelzorgers uitvoerde, is het probleem echter dat mantelzorg in veel gevallen nog niet bespreekbaar is op de werkvloer. „Werkgevers komen pas in actie als een medewerker tegen zijn gren­zen aanloopt en het te laat is. Dan blijkt vaak dat er best iets te regelen is. Maar werkgevers maken de mogelijkheden man­telzorg met werk te combineren nog te weinig bespreekbaar. En veel werknemers zijn doodsbang dat hun zorgtaak negatieve effecten op hun loopbaan zal hebben.”

Dat bijna de helft van de werkgevers een compleet verkeerde inschatting van het aantal mantelzorgers onder zijn personeel maakt, is volgens hem tekenend. „Voor 2 procent van je personeel tref je geen rege­ling, maar als werkgevers zouden weten dat het om meer dan 10 procent gaat, zou­den ze vermoedelijk anders reageren.”

Volgens Marloes Hooimeijer van Mezzo staat voorop dat mantelzorg altijd een keu­ze moet blijven en geen plicht die wordt opgelegd door de overheid. „Als de over­heid, werkgevers en de omgeving van de mantelzorger meewerken, zullen minder mantelzorgers tegen hun grenzen aanlo­pen.”

Bron: 'Mantelzorg kan niet zonder de baas' TC Tubantia 23/10/2010
Ga terug naar de vorige pagina
laatste wijziging: 25 oktober 2010

Ga naar: De Sociale Kaart
Ga naar: Vrije tijd, Recreatie & Sport
Ga naar: Vakanties
Ga naar: Bibliotheek
Ga naar: Ook jij! (let op: Opent in nieuw venster)