De vrouwen wonen hier fijn, zeggen ze. Ze leven er zo veel mogelijk als in een gezin. Alle bewoners hebben een eigen kamer. De huiskamer delen ze. Hier hebben ze allemaal hun eigen fauteuil. Hun eten komt niet meer uit een grote keuken, ze koken zelf, met hulp van hun woonbegeleider. Ze doen zo veel mogelijk zelf hun boodschappen, verzorgen zelf hun was. Het idee is dat huishoudelijke taken bijdragen aan het welzijn van de bewoners, ook als ze die zelf misschien niet meer kunnen uitvoeren. Ze kunnen in elk geval zien hoe het eten wordt klaargemaakt, en ruiken dat er wordt gekookt.
De Weijdehof, een voorziening van de Carint Reggeland Groep (CRG), is in maart 2008 geopend.
De ervaringen met deze nieuwe woonvorm zijn positief. Uit een evaluatie van CRG blijkt dat bewoners rustiger zijn, beter slapen en minder medicijnen gebruiken - dertig procent van de bewoners slikt medicijnen tegenover 53 procent in een traditioneel verpleeghuis. Verder worden gezondheidsproblemen eerder gezien, en eten de bewoners beter - met het risico op over- in plaats van ondergewicht. ,,De geborgenheid is groter’’, zegt Joke Mengerink, bestuurder van CRG. Woonbegeleidster José Kemna: ,,Dit is beter voor de bewoners. Dit is echt hun huis.’’
Voor de medewerkers zelf was het een grote verandering. Ze hoefden niet langer witte werkkleding te dragen, moesten meer, vooral huishoudelijke taken op zich nemen. Bovendien begeleiden ze in hun eentje een groep - ‘s morgens en ‘s avonds nog wel bijgestaan door een collega die bewoners helpt bij het opstaan en naar bed gaan. ,, Er komt veel op je af, inderdaad’’, zegt Kemna. ,,Maar de bewoners helpen mee. En ja, er blijft heus wel eens werk liggen. Maar dat gebeurt thuis ook.’’
Kemna geeft de voorkeur aan deze woonvorm boven het traditionele verzorgingsen verpleeghuis: ,,Ik zou niet meer terug willen. Dit is veel gemoedelijker. Er wordt niet meer gewerkt volgens de klok, maar naar de wensen van de bewoners.’’
CRG, een zorginstelling met voorzieningen in een groot deel van Twente, heeft in een paar jaar tijd meerdere kleinschalige woonvoorzieningen geopend: De Botterhof in Wierden, De Elshof in Almelo, Humanitas in Hengelo, de Anholtskamp in Markelo en de Stuvelhof in Goor. In 2011 komt daar nog de Titus Brandsmahof in Almelo bij.
Gebiedsmanager Jannie Bolhaar: ,,Gebouwen moeten op een bepaald moment worden vernieuwd. De overheid stimuleert om op meerdere plaatsen in een stad woonvoorzieningen aan te bieden , liefst samen met corporaties. Dat hebben we hier gedaan. Het gebouw van De Weijdehof is eigendom van een corporatie. Wij huren het. Ook inhoudelijk was het tijd voor vernieuwing.
In het verleden werd altijd erg vanuit het medische model geredeneerd, vanuit het ziek-zijn. Tegenwoordig ligt het accent op wonen en welzijn. Iemand met een chronische aandoening is niet ziek. Die moet gewoon fijn kunnen wonen en daarbij alle noodzakelijke specialistische zorg krijgen.’’ In de kleinschalige woonvoorziening hebben ook vrijwilligers en mantelzorgers een belangrijk rol.
Bolhaar: ,,De woonvoorziening is het huis van de bewoners. Daar moet familie kunnen aanschuiven, of kunnen helpen, zoals ze dat voor die tijd ook deed. Zo is er een dochter die haar moeder voordat ze hier kwam wonen, een keer per week hielp met baden. Dat doet ze nu nog.’’
Mantelzorger Mathilde Aerts (83) kookt af en toe op vrijdag voor haar man Albertus (87) en zijn medebewoners. ,,Dat doe ik graag’’, zegt ze. De twee wonen niet meer bij elkaar sinds haar man ,, rare dingen’’ ging doen, en ze hem niet meer alleen kon laten. Ze is zeer te spreken over het huis (De Elshof) van haar echtgenoot:. ,,Het personeel is aardig, er heerst een gevoel van thuis. Alleen moet het personeel veel administratief werk doen. Ik vraag me af of het ooit de bedoeling is geweest dat ze daar zo veel tijd mee kwijt zijn.’’ Bolhaar: ,,Dat moet wel, want de woonbegeleider die het werk overneemt, moet weten wat zich heeft voorgedaan.’’
Bestuurder Mengerink: ,,Al met al kunnen we stellen dat deze woonvorm succesvol is. Vraag is wel of ze betaalbaar blijft. We hebben berekend dat er minimaal zes groepen van zes bewoners nodig zijn om een voorziening betaalbaar te kunnen houden. Als we minder geld van de overheid krijgen voor de verzorging van onze bewoners, dan blijven wij met de kosten zitten. En dat kan niet.’’ Maar dat is geen reden om terug te keren naar de traditionele verzorgings- en verpleeghuizen, vindt ze. ,, We moeten antwoord geven op de zorgvraag van cliënten, niet alleen op de vraag wat iets kost. Een lager medicijnverbruik werkt ook kostenbesparend. Een goede nachtrust is niet in geld uit te drukken.’’
bron> TC Tubantia