Ze werkt al ruim dertig jaar als verpleegkundige. Als het kan, spreekt Erna Nijkamp ‘ plat’. „ Soms zijn patiënten bijna opgelucht dat ze gewoon Twents kunnen praten.”Ze hoort het regelmatig. Vooral van oudere patiënten. „ Goh, wat mooi da’j hier gewoon plat könt proaten.” Ze heeft het als verpleegster altijd gedaan. Heel vanzelfsprekend, op momenten dat ze merkte dat het iemand hielp.
„ Je ziet dat het vooral oudere mensen enorm gerust kan stellen. Mensen zijn te gast in een ziekenhuis, voelen zich onwennig. Als ze zich dan in hun eigen taal kunnen uiten en begrepen weten, helpt dat om zich thuis te voelen.” Eigenlijk, benadrukt ze, geldt dat voor iedereen, die in een andere taal dan het Nederlands is opgegroeid.
„ Je ziet het bij Turken of andere nationaliteiten ook. Het is een heel menselijk gegeven.” Erna Nijkamp (52), verpleegster en leidinggevende op de kraam- en gynaecologieafdeling in het Almelose ZGT, is eind september een van de sprekers op het congres over streektaal in de zorg. Als ‘ervaringsdeskundige’. Thuis in Nijverdal spraken ze vroeger alleen maar Twents. Het ABN kwam er pas op school bij. Op het werk spreekt ze nog steeds graag ‘plat’, met patiënten of collega’s’ „Omdat het werkt, maar ook gewoon omdat het lekker is.”
Een kruisvaarder voor de streektaal is ze nooit geweest. „ Je begint altijd in het Nederlands. Pas als je merkt dat het passend is, dat het mensen helpt, begin je in het Twents.”
Vooral in emotionele omstandigheden, als iemand van slag is, kan dat het geval zijn. „ Als een patiënt net een slechtnieuwsgesprek heeft gehad dan zijn ze soms verward, vallen eerder terug op hun vertrouwde taal. Dan uiten ze zich makkelijker als ze weten dat het ook in het Twents kan.”
Maar ook in minder heftige omstandigheden werkt dat. Op de rondes die ze met artsen langs patiënten maakt, bijvoorbeeld. „Vooral oudere mensen kijken nog tegen de dokter op. Als je ze dan aanmoedigt met: ‘Ie wollen ’n dokter toch nog wat vroagen?’ dan help je ze sneller over een drempel.”
Af en toe treedt ze zelfs op als ‘tolk’ richting arts. „Ik heb het wel meegemaakt dat een co-assistent van elders een patiënt vroeg hoe het was. ‘Oh, ik bin wa weer good te pas’ zei die dan. Waarna de arts vermoedde dat de man iets ernstigs met de benen had.”
Het gebruik van het Twents is - zowel bij verplegers als verpleegden de afgelopen dertig jaar afgenomen, constateert ze. „Dat past in de ontwikkelingen in de maatschappij. Ouders spreken minder Twents met hun kinderen. Die verstaan het vaak nog wel, maar gebruiken het niet. Het is opvallend dat ik op de kraam nauwelijks nog Twents spreek, terwijl dat op de gynaecologie waar ouderen liggen veel meer gebeurt.”
Gebruik van de streektaal zal daarom in zorginstellingen - bejaardenhuizen, verpleeghuizen, hospices nog meer betekenis hebben dan in ziekenhuizen, vermoedt ze. „Van dementerenden is bekend, dat die vaak helemaal terugvallen op de taal van hun kinderjaren.”
Toch bepleit ze geen verplichte lessen Twents voor verzorgenden. „Het zou onzin zijn om te zeggen dat iemand betere zorg levert, omdat hij of zij Twents kan. Dat zou buitengewoon unfair zijn jegens heel goede collega’s. Of een patiënt zich op zijn gemak voelt, hangt van veel factoren af. Of een verpleger een klik heeft met iemand, of iemand inlevingsvermogen heeft. Het kan voor een patiënt, die slecht nieuws hoort soms veel belangrijker zijn dat iemand een arm om hem slaat, dan dat ik er in het Twents op los praat.”
Dat verplegers Twents kunnen, is daarom geen vereiste. „ Ik spreek ook geen Turks. Of Pools. Veel belangrijker is dat je beseft, dat de eigen taal voor patiënten heel belangrijk kan zijn. Als je dat beseft en er rekening mee probeert te houden, je best doet, dan help je de patiënt het best. Dan voelt iemand die niet ‘zo good te pas’ is, zich vaak al iets beter. En dan is er voor alle partijen een win-winsituatie.”
Door: Gerard Lage Venterink
Streektaalcongres
„Het gebruik van streektaal in de zorg draagt bij aan een beter begrijpen als zodanig, maar ook aan een gevoel van geborgenheid op een moment dat je kwetsbaar bent”, vindt Harry Nijhuis, streektaalconsulent bij Museum TwentseWelle.
In welke mate dat het geval is, daarover buigen zich 24 september tal van deskundigen op het gebied van streektaal en zorg. Ze doen dat in de TwentseWelle en Prismare waar het vijfde Belgisch-Nederlandse streektaalcongres wordt gehouden.
„Helpt plat a’j plat goat? Dat is in wezen de vraag”, zegt Nijhuis, die het thema aandroeg. „ Op het terrein van de zorg kun je de maatschappelijke relevantie van streektaal duidelijk maken. Dan kun je laten zien dat het meer is dan - en ik bedoel dat niet negatief - voer voor wetenschappers of grappenmakers. Voor ouderen is hun eerste taal echt belangrijk. Misschien wordt dat minder, maar dat betekent ook dat zorginstellingen er nu aandacht voor zouden moeten hebben.”
Op de streektaalconferentie worden een lespakket over streektaal voor de opleidingen in de zorg en een website ( www. streektaalindezorg. nl) gepresenteerd. Het lespakket is gemaakt door onder anderen Albert Bartelds, streektaalconsulent van de IJsselacademie in Kampen. Het bevat een onderzoek van de UT van enkele jaren geleden, informatie over streektaal in de zorg, een cd en een dvd over het gebruik van streektaal.
Volgens Bartelds groeit in zorginstellingen langzaam het besef dat streektaal belangrijk kan zijn voor patiënten. „ Aandacht voor streektaal is deel van het groeiende inzicht dat zorg meer is dan medicamenten in iemand ‘schieten’ .
Inschrijving voor het congres kan nog. Deelname kost 20 euro ( inclusief lunch en bezoek aan TwentseWelle). Aanmelden kan via Harry Nijhuis, telefoon 053-4807680 of per e-mail aan
h.nijhuis@twentsewelle.nl