Nu nog is het een lange weg met vele hobbels. Ouders die voor hun kind met een beperking een zogeheten ‘ rugzakje’ aanvragen, moeten vaak engelengeduld hebben en stuiten op een woud aan regelgeving en bureaucratie. Er is beterschap beloofd: de regeling gaat in 2012 op de schop.
Het was een regelrechte ramp. Annemarie zucht nog als ze denkt aan de toestanden rond de zoektocht naar een school voor haar dochter Lynn, een meisje met het Downsyndroom. Zij en haar man wilden Lynn het liefst in eerste instantie naar de ‘gewone’ basisschool om de hoek laten gaan, in plaats van naar een school voor speciaal onderwijs. „Dat zou namelijk betekenen dat onze dochter al op haar vierde elke dag een stuk met een busje zou moeten reizen. We vonden dat nogal wat. Bovendien dachten we: speciaal onderwijs kan altijd nog, wie weet hoe goed het gaat op een gewone school. Met ondersteuning uiteraard.” Zo makkelijk bleek het echter niet. Allereerst toonde de school om de hoek zich verre van enthousiast om Lynn op te nemen als leerling. „We kregen het niet letterlijk te horen, maar tussen de regels door was het overduidelijk dat ze niet op haar zaten te wachten.”
Bovendien bleek het aanvragen van de financiële ondersteuning, het ‘ rugzakje’ een drama. „
Ontzettend ingewikkeld en star. Je krijgt budget voor zaken die niet nodig zijn en andersom. En terwijl Lynn al maanden op school zat, was er nog geen euro voor begeleiding binnen.”
Het rugzakje is de populaire benaming voor de regeling voor leerlinggebonden financiering, ingesteld door het ministerie van OCW.
Het geld maakt het mogelijk om kinderen met een zorgindicatie op het reguliere onderwijs te plaatsen, al dan niet terwijl ze op de wachtlijst staan voor een plek in het speciaal onderwijs. „Een hopeloos complexe regeling”, knikt Ad Kappen, orthopedagoog en coördinator voor het openbaar en christelijk basisonderwijs in Enschede en Losser. „
Als je mensen op tilt wilt hebben, moet je ze een rugzakje aan laten vragen. Dan moet je echt een volhouder zijn.
Soms blijkt een kind na toetsing toch het meest geschikt voor speciaal basisonderwijs in plaats van speciaal onderwijs en moet je weer een totaal ander traject in.
Het is een doolhof.”
Kappen is dan ook blij dat het einde in zicht is: vanaf augustus 2012 geldt er een nieuwe koers voor het zogeheten passend onderwijs, ingezet door voormalig staatssecretaris Sharon Dijksma.
Een onderwijsloket onderzoekt voortaan waar een ‘zorgkind’ het beste af is.
Dit Steunpunt Onderwijszorg waarbij basisscholen zich aansluiten, zoekt het meest geschikte onderwijs voor het kind. Dit voorkomt dat ouders zelf moeten ‘shoppen’.
„ Het Steunpunt Onderwijszorg wordt het aanspreekpunt”, zegt Kappen. „ Zij toetsen het kind, brengen een advies uit en doen indien nodig vervolgens alle formulieren de deur uit.” Er wordt dan samen met de ouders die vorm van onderwijs gekozen die het best past bij de mogelijkheden van hun kind.
Maar: „ Als je het niet eens bent met het advies dat je kind krijgt, heb je een probleem. Je kunt een second opinion doen, maar daar houdt het wel op.” Momenteel wordt in Twente gewerkt aan de opzet van de loketten.
Er moet verder een betere samenwerking ontstaan tussen de ( speciale) scholen. Bovendien bepalen reguliere basisscholen in overleg met het steunpunt vanaf 2012 zélf wat ze nodig hebben om een ‘zorgkind’ goed te kunnen begeleiden en kopen die ‘flexibele ondersteuning’ in. Het bedrag per leerling ligt niet langer vast. Ad Kappen: „ Je voorkomt enerzijds dat ouders moeten leuren met hun kind op zoek naar een geschikte school.
Dat kan een drama zijn, zeker met de huidige wachtlijsten voor sommige speciaal onderwijsscholen.
Daarbij kunnen scholen veel effectiever de middelen inzetten.”
Voor gewone basisscholen vormt een rugzak- kind nu soms een hele belasting. „ Als je vier uur persoonlijke begeleiding per week krijgt toegewezen voor een ernstig autistisch kind, dan schiet dat natuurlijk niet op.” Scholen bepalen straks dan ook zelf of ze de mogelijkheid hebben het kind met een beperking goed te begeleiden en onderwijzen. Zomaar weigeren mag echter niet. „ Je bent als school wettelijk verplicht om te onderzoeken of je een zorgkind kunt plaatsen.
Als het leerproces echter onder druk komt en de problematiek van het kind is zo heftig, wordt het heel moeilijk op een reguliere school.”
door Yildiz Huinink
foto Koen Suyk/ ANP
Bron> De Twentsche Courant Tubantia 24/08/2010