Binnen nu en twintig jaar slaat de vergrijzing dubbel hard toe. De zorgsector kijkt alvast vooruit. Nieuwe technologische snufjes vullen het ‘huis van de toekomst’ waarin mensen die zorg nodig hebben zo lang mogelijk hun eigen zaken blijven regelen. Dat is ook wat mensen zelf graag willen. Niet alleen komt er een golf aan 65-plussers aan die zorg nodig hebben, ook steeds meer tachtigjarigen met multi- problematiek zullen meer zorg claimen. Daar tegenover staat dat steeds minder mensen willen werken in de zorg.
Voor elke tien mensen die zorg nodig heeft blijven er na 2020 vier verstoken van zorg. Dit schrikbeeld houdt de zorgsector behoorlijk bezig. Zo verwacht de Carint Reggeland Groep (CRG) een aanzienlijke ‘zorgkloof’ bij ongewijzigd beleid. De zorgconsumptie moet worden afgeremd. Dan gaat het vooral om de duurdere zorg die uit de awbz wordt betaald; zoals de thuiszorg met een sterk verzorgende component, een bed in een verpleeg- of verzorgingshuis of binnen een voorziening voor gehandicapten dan wel chronisch psychiatrische zorg.
Henk Snijders is een voormalige verpleeghuisarts en nu als strateeg/innovator werkzaam voor CRG. „Te weinig handen aan het bed, te weinig financiële middelen, daar kunnen we onze ogen niet voor sluiten.” CRG studeerde afgelopen tijd op de inzet van moderne zorgtechnologie om de stroom cliënten naar de voorzieningen een halt toe te roepen, dan wel om de zorgverleners in hun taken te ondersteunen.
De Raad van Bestuur van CRG buigt zich binnenkort over een beleidsnotitie waarin zeven te nemen maatregelen zijn opgenomen. „ Grofweg zijn er twee grote groepen mensen waarvoor technologie ingezet zal worden; mensen met chronische longaandoeningen en dementerenden. Rond 2040 bestaat elke groep landelijk uit zo’n 450.000 mensen”, zegt Snijders. „Voor deze mensen moet de digitale wereld uitkomst bieden. Maar welke maatregel je ook neemt, personeel moet willen en kunnen werken met de oplossingen. Op termijn kun je dan een aantal mensen buiten de reguliere zorg houden. Ze blijven dan in de thuissituatie met de hulpmiddelen die wij aanreiken. De gespecialiseerde zorg blijft altijd inzetbaar, maar meer vanuit een centraal niveau.”
bron> T.C. Tubantia