In de zorg dreigen door de vergrijzing straks personeelstekorten, maar op de hoogste niveaus worden nu juist te veel jongeren opgeleid. De sector wil daarom met het onderwijs aan tafel.
ENSCHEDE/ DEVENTER
– Het beroepsonderwijs leidt studenten in de zorg en welzijn in het algemeen te hoog op. Dat komt doordat op de niveaus 4 (mbo) en 5 ( hbo) al enige jaren meer jongeren worden opgeleid dan direct geplaatst kunnen worden. Dat schrijft de Werkgeversvereniging Zorg en Welzijn Oost- Nederland ( WGV) in haar jaarlijkse arbeidsmarktverkenning. Volgens de oostelijke zorgwerkgevers past het opleidingsaanbod in de zorg al enige jaren niet op de zorgvraagontwikkeling. Een van de oorzaken van die ‘ mismatch’ is dat de zorgvraag steeds meer bepaald wordt door de bekostigingssystematiek, waardoor meer gepuzzeld moet worden wie op welk niveau kan worden ingezet.
In het werkgebied van de WGV (Twente, Salland, Stedendriehoek, Noordwest-Veluwe Achterhoek) ontstaat hierdoor bij onveranderd beleid een overschot van zo’n 220 hbo-v’ers (verpleegkundigen) en ruim 700 sph’ers (sociaal-hulpverleners).
Aan de andere kant zijn er juist tekorten bij bepaalde functies, zoals pedagogisch werkers en verzorgenden. Volgens de WGV kan het gelet op de arbeidsmarktkansen voor een mbo’er op niveau 4 daarom verstandiger zijn om aan het werk te gaan, dan doorstuderen op het hbo, omdat men anders misschien geen werk op zijn of haar niveau kan vinden.
In hun arbeidsmarktverkenning pleiten de oostelijke zorgwerkgevers voor instroomafspraken met het onderwijs. Instellingen en scholen zouden gezamenlijk invloed moeten kunnen uitoefenen op de aantallen leerlingen. Te weinig jongeren kiezen voor een opleiding verzorgende en in gespecialiseerde functies zoals IC-verpleegkundige, heerst krapte. ‘ Dat kan ook tot loonopdrijving leiden, waardoor de betaalbaarheid van de zorg in het geding komt’.
Een woordvoerder van Saxion Hogescholen laat weten dat voor de studie hbo-v geen volumeafspraken kunnen worden gemaakt, omdat daar geen ‘fixus’ voor geldt. „Elke student die deze opleiding wil volgen, moeten we dus toelaten.”
Het moet weer leuk worden in de zorgBureaucratie en snippercontracten maken werk in de zorg niet aanlokkelijk voor jongeren. De werkgevers gaan daar wat aan doen.
Jongeren willen echt wel graag in de zorg en hulpverlening werken. Oude en zieke mensen helpen, jongeren weer op het rechte pad krijgen, het is dankbaar werk. Maar wat ze niet willen is verzand raken in de bureaucratie, halve dagen spenderen aan rapportages en al helemaal niet genoegen nemen met een snipper-, nuluren- of klein parttime contract. Want starters op de arbeidsmarkt willen wel een huis kunnen kopen of een gezin gaan stichten.
De Werkgeversvereniging Zorg en Welzijn Oost- Nederland ( WGV) maakt zich daarom serieus zorgen dat het zorgberoep zijn aantrekkelijkheid verliest. Want er zijn minder volledige banen te vergeven, doordat er steeds vaker ‘op maat geroosterd’ moet worden. WGV-onderzoeker Hans Hokke heeft het zelfs over ‘driedimensionaal roosteren’: „Het is in de zorg tegenwoordig een heel gepuzzel om de roosters sluitend te maken. Je hebt niet alleen te maken met de hoeveelheid en soort zorg, maar ook met het niveau waarop die verleend moet worden. Door regelingen als DBC (Diagnose Behandel Combinatie) en ZZP ( Zorg Zwaarte Pakket) moet je zorg inzetten op het vastgestelde niveau, anders wordt het niet vergoed.” Door dit gepuzzel werken zorginstellingen steeds vaker met flexibele contracten, om de zorgvraag precies in te kunnen vullen op het moment dat die nodig is. Daardoor is vorig jaar het aantal nulurencontracten in de oostelijke zorg met liefst een kwart gestegen en is het gemiddeld aantal contracturen in de oostelijke zorg met liefst een kwart gestegen in is het gemiddeld aantal contracturen van het personeel gedaald.
Dit staat haaks op de behoefte van veel werknemers, die juist meer vastigheid en meer uren willen.
En ook staat het haaks op de roep om meer handen aan het bed, want in veel delen van de zorg zijn of dreigen er juist tekorten.
Soms worden zelfs dure zelfstandigen ingehuurd, terwijl het vaste personeel graag meer uren zou willen draaien.
Volgens onderzoeker Hokke zucht de zorg onder de systemen die de politiek heeft bedacht, maar toch kan de sector er in zijn ogen veel aan doen om het werk aantrekkelijker te maken. „En dat gebeurt gelukkig ook, omdat werkgevers wel inzien dat ze voldoende en gemotiveerde personeel nodig hebben, nu en straks.”
Met een aantal interne maatregelen kan de zorg zelfs 70 procent van de personeelstekorten wegwerken ( de rest zou van een betere instroom uit het onderwijs moeten komen). Hokke: „Daarbij moet je vooral denken aan het uitbreiden van contracturen. Op de eigen afdeling kan dat niet altijd, maar instellingen zullen creatiever moeten worden, door personeel extra uren op andere afdelingen of zelfs bij collega-werkgevers te geven. Dat kan via combinatiecontracten of poolvorming. Ook zou je personeel meer ruimte moeten geven om zelf te roosteren. Dat verhoogt de tevredenheid en verbetert de werk-privébalans.”
Daarnaast kan de werkgever de wensen en capaciteiten van zijn mensen beter in kaart brengen.
„In een instelling waar twee-, drieduizend werknemers werken zoals een ziekenhuis, weet een p & o-afdeling onmogelijk wie wat kan en wil. Je kunt dan wel een intern vacaturebord hebben, maar dat werkt minder dan wanneer je een systeem hebt dat geschikte kandidaten er automatisch uithaalt en actief gaat benaderen. Het Streekziekenhuis Koningin Beatrix in Winterswijk denkt in dat verband aan het opstellen van kwaliteitspaspoorten voor het personeel.” Een ander spoor dat zorginstellingen meer moeten bewandelen is dat van (technische) innovaties.
„ Zoals tilliftsystemen die tijd besparen en je personeel fit houden.
Zo draag je eraan bij dat medewerkers gezond hun pensioen halen.
Of verzorgend wassen, ook wel droogwassen genoemd. Dat werkt sneller. Tot slot kan de zelfredzaamheid van patiënten met nieuwe technieken vergroot worden.”
Hokke erkent dat die nieuwe technieken ook een keerzijde hebben: ze kunnen het directe contact met de patiënt en cliënt verminderen, omdat alles veel sneller gaat. „ Je wilt als patiënt geen robot aan je bed en verpleegkundigen willen zelf ook liever aan het bed blijven.
Maar innovaties kunnen wel de romslomp en fysieke belasting verminderen en als er personeelstekorten dreigen, zul je wel moeten.”
Lees de complete verkenningen per regio op
www.tctubantia.nl.
Thuiszorg zet steeds vaker hooggeschoolden inThuiszorger wordt in toenemende mate een hoogopgeleide functie. Thuiszorginstellingen zetten namelijk steeds vaker verpleegkundigen op niveau 5 ( hbo) in. Dat komt enerzijds doordat de thuiszorginstellingen het huishoudelijk werk aan de schoonmaaksector overlaten en anderzijds doordat thuishulpen nu zorg verlenen die vroeger in het ziekenhuis werd gegeven. De ziekenhuizen ontslaan namelijk patiënten eerder, waardoor de thuiszorg meer en complexer werk krijgt te doen.
‘Betere zorg leidt juist tot meer zorg’Het klinkt tegenstrijdig, maar doordat de zorg beter wordt zal er in de toekomst juist meer zorg moeten worden verleend. Volgens de werkgevers in de sector zijn ziekten als hartfalen, dementie en beroerte tegenwoordig beter behandelbaar, maar juist daardoor zullen het aantal chronische patiënten en de zwaarte van de zorg toenemen, redeneert de sector.
De vergrijzing van de bevolking bezorgt de sector een dubbel probleem. Want niet alleen komen er meer ouderdomsziekten, ook de inzetbaarheid van het ouder wordende personeel daalt, door leeftijdsverlof en afnemende vitaliteit. Des te belangrijker wordt het daarom personeel fit en gezond te houden.
In de zorg neemt het aantal 50-plussers in het personeelsbestand snel in omvang toe. In de Twentse en Achterhoekse ziekenhuizen bijvoorbeeld steeg het aantal 50-plussers in vijf jaar van 7 naar 13 procent.
In de hele oostelijke zorg en welzijn ( Overijssel en Noord- Oost- Gelderland) werken 145.000 mensen, met een gemiddeld deeltijdcontract van 57 procent. In Twente gaat het om 36.000 mensen, in de Achterhoek 26.000. De werkgelegenheid groeit nog licht, maar volgens de werkgevers is de zorg onder meer door de krappere budgetten niet langer de grote banenmotor van de economie.
‘ Saxion leidt niet op voor WW’Volgens directeur gezondheidszorg Frans Pol van Saxion Hogescholen leidt zijn school ‘ zeker niet op voor de WW’: „ Er is echt veel vraag naar hoger opgeleiden in de zorg. Onze afgestudeerden van het hbo-v komen allemaal binnen een half jaar aan de slag. Regionaal mag er misschien tijdelijk een tekort aan banen zijn, maar onze gediplomeerden komen in allerlei functies en in een brede laag van de zorg terecht en ook elders in het land, waar wel degelijk een tekort aan hbo-v’ers is vastgesteld.”
Voor het instellen van een numerus fixus voelt hij dan ook weinig. „ Zeker omdat je ook naar de langere termijn moet kijken. De vraag naar slimmere en complexere zorg zal alleen maar toenemen en dat vraagt om een hoger niveau. Je zult zien dat er straks minder handen aan het bed nodig zijn, omdat ziekenhuisopnames korter worden. Daarentegen stijgt de behoefte aan verpleegkundigen die de zorg buiten het ziekenhuis goed kunnen organiseren.”
door Jan Ruesink
Bron> TC Tubantia 02/08/2010