Zwakbegaafde dieper in problemen door drugsgebruik
19-07-2010
Licht verstandelijk gehandicapte jongeren lopen meer risico’s bij overmatig dranken drugsgebruik dan hun normaal begaafde leeftijdgenoten.
Henk (20) is licht verstandelijk gehandicapt. Hij drinkt graag alcohol. Vrijdagmiddag begint hij met drie biertjes, ’s avonds komen er daar nog een stuk of zes bij en ’s nachts nog eens drie. Zaterdag herhaalt dat zich, waarbij de biertjes vaak worden vervangen door breezers, Malibu’s, of mixdrankjes. En zondag mag Henk na zijn voetbalwedstrijd ook graag nog in een biertje happen. Henks drankgebruik wijkt daarmee niet veel af van dat van menig drinkende, normaal begaafde leeftijdgenoot. Maar de kans dat hij problemen ontwikkelt is wel veel groter, blijkt uit onderzoek van het Kenniscentrum het Trimbos-instituut.
„ Aan mensen met een licht verstandelijke handicap zie je meestal niks, maar ze hebben moeite mee te komen”, zegt Trimbos-onderzoeker Els Bransen. „ Ze hebben veel ervaring met falen en sociale uitsluiting en daardoor heel weinig zelfvertrouwen. Dat vertaalt zich in depressies en gedragsproblemen. Alcohol en cannabis brengt ze nog verder in de problemen: het dag- en nachtritme verandert, op werk en school presteren ze nog minder en zo gaan ze verder de vernieling in”, vat ze samen.
Het is niet bekend hoeveel jongeren met een verstandelijke beperking problematisch dranken drugsgebruik vertonen. Ook niet of het aantal toeneemt. Maar Dirk Verstegen van het Kenniscentrum Licht Verstandelijk Gehandicapten verwijst naar de signalen die hij krijgt van de behandelcentra.
Daar hebben ze wel de indruk dat er een toenemende afhankelijkheid van drank en drugs te zien is onder de bewoners. Met alle gevolgen van dien. „Het zet extra druk op de behandeling. Iemand die verslaafd is is moeilijk te behandelen, die houdt de medewerker op afstand. De hulpverlening komt niet op gang.”
Verstegen tekent daarbij aan dat verstandelijk beperkten soms beïnvloedbaar zijn: verkeerde ‘vrienden’ vinden in hen vaak een gewillig slachtoffer. „ Ze willen erbij horen en denken dat dat kan door vriendschap te kopen. Als ze dan horen dat iemand zijn tv kwijt is geven ze die van henzelf weg. Zo van: als ik die geef, vindt hij mij aardig.”
Als die vriendschap vervolgens geen werkelijkheid blijkt is dat een nieuwe reden voor een geschonden zelfbeeld. Daarmee lijkt een vlucht in drank en drugs soms voor de hand te liggen. Maar volgens Els Bransen gaat het bij het drugs- en alcoholgebruik lang niet altijd om een ‘ vlucht’. „ Het hoort erbij. Alcohol en drugs horen bij de jeugdcultuur, dat is voor hen niet anders dan voor normaal begaafden.”
Het probleem bij de aanpak van het drank- en drugsgebruik in instellingen is dat niet iedereen die daar werkzaam is het gebruik even hard veroordeelt. Waar in sommige instellingen helemaal niet gedronken en geblowd mag worden, daar vinden ze in andere dat gematigd alcohol- en drugsgebruik ‘moet kunnen’. Terwijl Bransen er net als Verstegen van overtuigd is dat behandeling en gebruik van middelen niet samengaan.
‘Iemand die verslaafd is is voor de hulpverlener moeilijk te behandelen’
Speciale aanpak jongeren met laag IQ Licht verstandelijk gehandicapte jongeren lijden zo vaak onder hun eigen alcohol- en drugsgebruik dat het Trimbosinstituut een apart programma ontwierp om te voorkomen dat ze ermee beginnen. Dat heeft het Kennisinstituut bekendgemaakt. Uit onderzoek blijkt dat deze jongeren veel vaker ontsporen dan normaal begaafde jongeren die alcohol en drugs gebruiken. Op zich gebruiken ze deze middelen niet vaker dan normaal begaafden, maar door hun psychische gesteldheid zijn de effecten vaak veel ingrijpender.
Het programma probeert onder meer met een motivatietraining voor de jongeren, voorlichting aan hun ouders en ook kennisbevordering van hulpverleners ‘problematisch middelengebruik’ te voorkomen. Het programma is vooral gericht op jongeren met een IQ tussen de 50 en 85 die veelal lijden aan bijkomende psychische aandoeningen en door drinken en blowen vaak nog dieper in de problemen komen. Het nieuwe programma volgt op een onderzoek naar het alcohol- en drugsgebruik dat werd ingesteld nadat vanuit de geestelijke gezondheidszorg de alarmbel werd geluid.
Uit dat onderzoek onder 760 jongeren tussen de 12 en 25 jaar bleek dat in instellingen het gebruik van drugs en alcohol het hoogst is. Dat is opmerkelijk, omdat altijd werd aangenomen dat juist de jongeren met meer vrijheid zich vaker aan drank- en drugsgebruik zouden overgeven. door Koos van Wees
Bron> TC Tubantia 19/07/2010 | | | | |
|
laatste wijziging: 19 juli 2010 |
|