Diepenmaat-ten Dam uit Ootmarsum zwaar gehandicapt. Dag en nacht had ze pijn en kon ze nauwelijks nog op haar benen staan. Maar ineens was daar begin dit jaar die professor in het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen die zei: weg met die rolstoel en al die medicijnen. We gaan je weer leren lopen, fietsen en nog veel meer. En Rita Diepenmaat loopt en fietst weer alle kanten op, zonder hulpmiddelen.
Veel mensen vragen spontaan aan me of ik naar Lourdes ben geweest. Want zij beschouwen mijn genezing als een wonder. Maar nee, ik ben dus niet in Lourdes geweest en hier is ook geen sprake van een wonder. Wonderbaarlijk is een beter woord.” Rita Diepenmaat (51) kan er de humor wel van inzien als mensen met Lourdes op de proppen komen. Ze kan er ook wel om lachen. Maar de Ootmarsumse moeder van drie kinderen en echtgenote van Jos Diepenmaat weet wel beter. Alleen zij weet hoeveel pijn ze in de afgelopen maanden heeft moeten doorstaan om te komen waar ze nu is. „Met Pasen hebben Jos en ik een eind gefietst. Helemaal naar het Singraven en terug. Dat is toch al gauw vijftien kilometer.” Ook het lopen gaat haar steeds beter af. Een afstand van drie à vier kilometer is niet echt een probleem meer. De krukken waarmee ze zich thuis voortbewoog, liggen ver weggestopt op zolder, naast de rolstoel. „Ik heb helemaal opnieuw leren lopen. Letterlijk voetje voor voetje. Ik wist niet eens meer hoe ik mijn voeten moest neerzetten. De eerste meters zonder hulpmiddelen of ander houvast waren de moeilijkste. Wat deed dat pijn. Ik ben door een hel gegaan. De behandeling was er op gericht dat ik door mijn pijngrens heen ging. Voordien moest ik er juist voor zorgen dat ik er niet door ging. Bij pijn moest ik stoppen. En daarnaast zat ik volgestopt met medicamenten tegen die voortdurende pijn. Ook die medicijnen heb ik niet meer. Het voelt echt alsof ik aan een nieuw leven ben begonnen. Ik geniet weer elke minuut van alles wat ik weer kan doen. Ik ben zelfs weer gaan schilderen.” Deze hobby was één van de vele dingen die ze moest opgeven toen twaalf jaar geleden het leven van Rita Diepenmaat van de ene op de andere seconde ingrijpend veranderde. Bij een pijnlijke val in de badkamer klapte haar voet dubbel onder de radiator van de verwarming. Ze dacht haar voet te hebben gebroken, maar in het Oldenzaalse ziekenhuis bleek dat niet zo te zijn. Wel was de voet zwaar gekneusd, zo luidde de eerste diagnose. Omdat de pijn niet te harden was, werd de voet acht keer opnieuw in het gips gezet. Toen de chirurg nog eens grondig onderzoek deed, kwam hij tot een andere diagnose: posttraumatische dystrofie. Het lichaam bleek niet in staat zichzelf te herstellen van het trauma van die valpartij en kneuzing. Het gevolg was een verkeerde doorbloeding, hetgeen direct ten koste ging van het spierstelsel. „Ik had ontzettend veel pijn, overal waar bloedvaten zitten. Tot zelfs in mijn gezicht toe. De pijn is te vergelijken met een verkramping in de voet. De chirurg zei dat er een kans was op herstel, maar het zou ook erger kunnen worden. En dat was bij mij het geval. Het eerste jaar lag ik thuis alleen maar op bed. Ik kon helemaal niets meer.” De enige manier om zich thuis nog enigszins te kunnen verplaatsen, was met krukken. Na een half jaar kwam er een rolstoel en kon ze ook weer naar buiten. Maar veel beter werd de situatie voor Rita Diepenmaat niet. „Want toen kreeg ik ook dystrofie in het andere been en in mijn armen. Als ik mij ergens aan stootte, kreeg ik daar een blauwe plek en dus dystrofie. Ik kwam in een totaal andere wereld terecht. Ik was van alles en iedereen afhankelijk. Ik kon helemaal niets meer. Het ergste was dat ik mijn jongste kind - Jaap - van toen drie jaar niet meer kon verzorgen. Kon niet met hem buiten spelen, in de sneeuw wandelen of hem naar school brengen.” Het eerste jaar had ze nog hoop op herstel. Ze greep alle behandelingen aan die zich aandienden. Van vier zenuwblokkades in de rug in het Almelose ziekenhuis tot vijf kuren met zware infusen in het ziekenhuis in Stadskanaal, waar ze ‘doodziek’ van werd. „Maar wat ik ook deed, het hielp allemaal niets. Ik heb na die val nooit meer één dag zonder pijn geleefd. Ik vroeg me vaak af hoe dat zou zijn.” Hoe groot de invloed van de dagelijkse pijn ook was op het leven van Rita Diepenmaat, ze probeerde zo goed en zo kwaad als het ging toch nog wat plezier te beleven aan haar leven. Vier jaar geleden kreeg ze in dat opzicht een enorme posi- tieve impuls. Ze werd landelijk het gezicht van de Zonnebloem en kwam al dan niet samen met bekende Nederlanders als Danny de Munk op foto’s, folders, loten en filmpjes. En altijd weer met een stralende lach in haar rolstoel. Het was haar handelsmerk. Als ambassadeur van de Zonnebloem ontmoette Rita Diepenmaat vorig jaar bij het 60-jarig jubileum zelfs koningin Beatrix. Later dat jaar raakte ze in gesprek met de vriendin van haar zoon Joost; zij was net afgestudeerd als arts in Nijmegen. „Zij vertelde dat ze had gehoord van een nieuwe succesvolle behandeling c.q. therapie van posttraumatische dystrofie. Ze zag daar veel heil in. Ik dacht: waarom ook niet. Niet geschoten is altijd mis.” De Ootmarsumse nam zelf contact op met de professor in Nijmegen, ook al omdat haar situatie verslechterde. Op 27 december reisde ze samen met haar man naar het Sint Radboud. Na een strenge screening zag de professor het wel zitten: ze kwam in aanmerking voor een zogeheten PEPT-behandeling. „Ik was dolgelukkig, omdat van de honderd er maar dertig mensen voor in aanmerking komen. Veel mensen denken dystrofie te hebben, terwijl er iets anders aan de hand is. Aan de andere kant was er ook mijn angst. De professor waarschuwde mij dat ik door een hel zou gaan. En ik moest alles zelf doen. ” Donderdag 7 januari volgde de eerste behandeling. Rita Diepenmaat vergeet het nooit meer. „Ik kreeg te horen dat alle hulpmiddelen moesten verdwijnen. De rolstoel, de krukken tot de scootmobiel toe. De wereld stond opnieuw op zijn kop. En daar zat ik dan in mijn rolstoel. Ik zie nog die lange gang voor me. Daar moest ik doorheen lopen en weer terug. Mijn eerste reactie was: dat kan ik niet. Maar ik kon niet meer terug. Een therapeut kwam naast me lopen en een andere er achter. Ik werd als het ware gedrild om te lopen. Ik hield me overal aan vast, maar ik kwam wel aan het einde van de gang. En toen ook nog weer terug. Op dat moment wist ik dat deze therapie me op het lijf was geschreven. Ik wist ook dat ik het ging halen, hoe moeilijk het ook zou worden. Ik zag deze therapie echt als mijn laatste kans, mijn laatste hoop.” Na de eerste behandeling ging ze nog in rolstoel terug naar huis. Mét de opdracht om de eerste week vijf keer 50 meter per dag te lopen, een week later 100 meter en vervolgens 150 meter. Er was echter één probleem: buiten lag overal sneeuw. Lopen ging niet. Maar geen nood: Rita Diepenmaat zette thuis een parcoursje uit van 50 meter tussen kamer, keuken en slaapkamer. Met veel pijn en moeite onderwierp ze zich aan de voor haar Spartaanse training. „Lichamelijk was het erg zwaar. 'Vooral ook omdat ik tegelijkertijd de pijnmedicatie moest afbouwen. Het was echt afkicken. Maar mentaal was het minstens zo zwaar. Ik moest ineens heel anders denken; ik moest door die pijngrens heen. In mijn hoofd klonk het alleen maar: lopen, lopen, lopen.” Maar hoe zwaar ook, Rita Diepenmaat zette door. De rolstoel bleef opgevouwen in de kofferbak van de auto. En na drie weken stond ze weer in die lange gang in het UMC in Nijmegen. Ze moest laten zien wat ze kon. „De therapeuten stonden er versteld van dat ik zo’n vooruitgang had geboekt.” De behandeling ging weer een stapje verder. Er werd een hometrainer aangeschaft, want ze moest weer leren fietsen. Eerst één minuut per dag. „Ik dacht dat ik gek werd.” Maar toen ze opnieuw uit Nijmegen terugkwam, kocht ze een nieuwe fiets. Een sportfiets met versnellingen, maar zonder elektronische hulpmiddelen. De eerste keer dat ze helemaal alleen naar haar 85-jarige moeder fietste, staat in haar geheugen gegrift. „Ze begon spontaan te huilen. Dat was erg emotioneel.” Een bosje bloemen halen bij de bloemist, de Ootmarsumse draait er haar hand niet meer voor om. „Dat is één kilometer van mijn huis, maar ik loop er nu met plezier naar toe en weer terug.” De wederopstanding van Rita Diepenmaat beperkt zich niet alleen tot lopen en fietsen. Ook gaat ze bewust weer boodschappen doen in de supermarkt. „Ik wist eerst niet eens hoe mijn pinpas door de scanner moest. In mijn rolstoel hoefde ik dat niet te doen…” Naast de fysieke vooruitgang krijgt ze het ook in haar hoofd allemaal steeds beter op de rij. „Het dringt steeds meer tot me door wat er gebeurt. Ik zie de wereld door heel andere ogen. Twaalf jaar lang zat ik alleen maar onder de medicijnen en leefde ik in een soort roes. Nu leef ik veel bewuster. In het begin was ik bang voor een terugslag en een nieuwe teleurstelling, maar ik begin er steeds meer in te geloven. Daarom kan ik ook steeds meer genieten van alles. Ik ben er nog niet, dat weet ik. Ik sta nog steeds onder behandeling. Ik kan ook nog niet álles maar ik heb al wel een heel traject afgelegd. De afgelopen twaalf jaar kan ik niet meer inhalen, dat besef ik heel goed. Maar ik weet ook dat ik nog een heel leven voor me heb.” Ze heeft ook een verklaring voor haar wonderbaarlijke genezing. „Ik mocht nooit door mijn pijngrens heen gaan. Nu moet ik dat juist wel doen. Daar heb ik baat bij.Of de artsen mij voorheen goed hebben behandeld, weet ik niet. Ik zeg niet dat ze het verkeerd hebben gedaan, ik heb wel altijd vertrouwen in ze gehad. Ik neem ook niemand iets kwalijk. Het is gewoon een nieuwe therapie.” Haar omgeving staat versteld van haar genezing. Er is verbazing, verrassing maar ook ongeloof. „Mensen rijden een blokje om, om te zien of ik het ben die daar loopt. Er zijn mensen die dit een wonder noemen. Ik dus niet; ik weet hoe ik hier zelf voor heb moeten vechten. Eerlijk gezegd verbaast het onszelf ook wel. Maar wat maakt het uit? De Zonnebloem heb ik op de hoogte gebracht. Ook dat sluit ik af. Ik ga verder met mijn nieuwe leven.” door Alphons Weierink
|